Leestijd: 9 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

Deze week mochten we weer voor het eerst naar school. Aan de ene kant was het heel leuk om Kasper en Jordy weer te zien, maar school blijft saai. Het enige wat ik leuk vind, is school- tv op vrijdag. Gisteren was er een gaaf liedje op school-tv, het ging zo: “Als je van elkaar houdt, hou dan een beetje afstand. Anderhalve meter.” Ooh, oeps, ik hoor mama. Die zal wel denken, waarom zingt Max? En inderdaad, mama komt de tuin in lopen, terwijl ik op de trampoline vrolijk zit te zingen. “Wat zing jij nu weer, Max?” vraagt ze. “Dat is van school-tv”, zeg ik, en weer begin ik hard te zingen “Als je van elkaar houdt, hou dan een beetje afstand.” Mama moet lachen. “Wat grappig, heb je dat op school geleerd, Max?” vraag mama. “Ja, en wist je dat een zeehond, een piano en 16 sinaasappelen ook anderhalve meter zijn?” zeg ik enthousiast. “Nee, Max dat wist ik niet. Maar ik ben blij dat ik dat nu weet. Zo leer ik ook weer eens wat”, zegt mijn moeder. De hele ochtend neuriën we samen het liedje in en om het huis.

‘s Middags eten mama en ik samen tosti’s. Papa is aan het hardlopen, dat doet hij bijna elke zaterdag sinds corona er is. Hij zegt dat hij dan fit blijft. Anne is naar haar musicalles. Ze is heel blij dat ze daar eindelijk weer naartoe mag. Ze komt ook elke zaterdag zingend thuis, alleen dan met van die irritante musicalliedjes. Zo kent ze bijvoorbeeld alle liedjes van de Lion King uit haar hoofd en dat wil ze natuurlijk aan iedereen laten horen, dus zingt ze heel hard. Niet normaal. Gelukkig zijn mama en ik nu even alleen, lekker tosti’s eten en daarna brengt mama mij naar voetbal. Want ik mag vanaf deze week ook weer naar voetbaltraining. Daar heb ik zo’n zin in! Meestal train ik op dinsdagavond, maar omdat dit de eerste keer is na corona mogen we op zaterdag bij elkaar komen voor de eerste training.

Nadat ik mijn tosti naar binnen heb gewerkt en mijn melk heb opgedronken, vlieg ik naar boven om mijn voetbalkleding aan te trekken. Ik trek mijn Ajax-shirt aan dat ik vorig jaar op mijn verjaardag heb gekregen, en mijn trainingsbroek. “Mam, waar zijn mijn schoenen?” schreeuw ik van boven naar beneden. Ik krijg geen antwoord. Ik ren snel naar beneden, want ik wil niet te laat komen. “Mama, waar zijn mijn schoenen?” vraag ik gehaast. “Buiten Max, je hebt ze immers zelf voor de deur gezet toen je terugkwam van Jordy, weet je nog?” zegt mijn moeder. Ooh ja, dat is ook zo. Ik trek mijn voetbalschoenen aan en spring op de fiets. Samen met mama fiets ik naar de voetbaltraining. Dit wordt een feest!

Tijdens de training mogen de ouders niet kijken, vanwege corona. Mijn moeder gaat naar huis. Na de training ga ik met Jordy mee naar huis. Ik mag bij hem spelen. Daar heb ik zo’n zin in! Ik ben blij om iedereen weer te zien. Onze trainer heeft hele leuke spelletjes bedacht. We oefenen met schijnbewegingen en doelpunten maken. In volle vaart ren ik op Alex af, ik maak een schijnbeweging en wil met mijn linkerbeen naar de bal gaan. Op datzelfde moment glij ik onderuit en maak ik een sliding over het gras. Mijn enkel klapt dubbel en ik schreeuw het uit van de pijn. De trainer komt in een sneltreinvaart naar me toe gerend. Hij pakt mijn enkel om te kijken, en op dat moment denk ik bij mezelf: dit is geen anderhalve meter afstand! “Raak me niet aan!” schreeuw ik in paniek. De trainer schrikt van mijn reactie. “Ik moet toch kijken wat er aan de hand is, Max”, zegt hij. “Ik wil het niet, je moet afstand houden!” schreeuw ik. Gelukkig blijft mijn trainer rustig. Hij legt uit dat afstand houden heel belangrijk is, maar dat dat niet altijd kan. Bijvoorbeeld als iemand pijn heeft. Daar heeft hij wel gelijk in. Iemand moet kijken hoe het mijn enkel is, want het doet nog steeds heel zeer. Ik word al wat rustiger. De trainer haalt een pak met ijs uit de vriezer en legt deze op mijn enkel. De pijn wordt gelukkig al minder. “Maar Max, hoe kom je erbij dat ik niet bij je in de buurt mag komen?” vraagt hij. “Nou, op school hebben we geleerd dat als je van elkaar houdt, je anderhalve meter afstand moet houden”, zeg ik en op dat ogenblik begin ik te zingen “Als je van elkaar houdt, hou dan een beetje afstand. Anderhalve meter.” De trainer en de andere kinderen vinden het liedje heel grappig.

“Dus een zeehond, een piano en een radslag zijn allemaal anderhalve meter?” vraagt de trainer aan ons. “Ja, en een springtouw, 125 hondenbrokken en 20.000 korrels zand”, vul ik aan. Dat brengt onze trainer op een heel goed idee. “Weet je wat?” zegt hij. “We gaan kijken hoeveel meter een doel is en hoeveel voetballen anderhalve meter zijn!” “JA!!” schreeuwen we allemaal enthousiast in koor. Jordy en ik pakken alle voetballen uit het net. Enthousiast leggen we alle 20 voetballen op een rijtje. Zo, dat is wel heel veel afstand. “Ja, dat is iets te veel”, zegt de trainer. “Een voetbal is namelijk 23 cm, dus dat betekent dat 6 voetballen ongeveer anderhalve meter is”. zegt hij, terwijl hij de 6 voetballen op een rijtje legt. “En wist je dat jullie doel ongeveer 1 meter is?” vraagt de trainer. “Ooh ja?” klinkt Alex verbaasd. “Ja, 1 meter. Dus wie weet dan hoeveel doelen anderhalve meter is?” vraagt de trainer aan ons team. Tja, dat is een makkie natuurlijk. “Anderhalve doel!” schreeuw ik enthousiast. “Dat klopt helemaal!” zegt de trainer. “Maar weet je ook hoe groot een doel is bij Ajax bijvoorbeeld?” vraagt de trainer aan mij. “Nee, dat weet ik niet”, zeg ik. Niemand weet het eigenlijk. Kasper, Jordy en Alex weten het ook niet. “Nou, een doel bij Ajax is wel 7 meter en 30 centimeter!” zegt onze trainer. “Whooo, dat is nog veel meer dan anderhalve meter!” roep ik enthousiast. De trainer pakt zijn telefoon erbij om uit te rekenen hoeveel keer de anderhalve meter in het doel van Ajax past. Hij typt iets in op zijn rekenmachine. “Ja, dan komt je dus uit op 4,8 keer anderhalve meter”, zegt hij. Ik snap er niks van, wat is nou 4,8? Ik vind het onduidelijk. Dan zegt de trainer “Dat is dus bijna 5 keer anderhalve meter.” Aah, dat is duidelijk. “Maar wat hebben wij dan een klein doel”, zeg ik verbaasd. Iedereen begint te lachen. Nou, ik weet het wel. Als ik later groot ben, dan wil ik bij Ajax ook een doelpunt maken in een doel dat 5 x anderhalve meter is.