Leestijd: 13 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Geschreven door Jeltine Jans

 

Mijn moeder zit vrolijk te dansen door de tuin. Ze lijkt wel een aap. “Volgende week mag je weer naar school, Max”, zegt ze dolenthousiast. Maar ik ben helemaal niet blij! School is saai en dan moet ik weer de hele ochtend rekenbundels maken. Bij papa en mama kon ik altijd stiekem doen alsof ik het af had, maar op school moet ik weer aan de bak en ik vind cijfers helemaal niet leuk. Mijn moeder zegt dat ik rekenen moet leren als ik later uitvinder wil worden. Nou, ik word gewoon een uitvinder die dat niet hoeft. Ik wil zelf bepalen.

Boos ga ik naar mijn kamer. Ik was net zo gewend om thuis te zijn. Op school moet ik van alles, is het druk en hier kan ik gewoon mijn eigen dingetjes doen. Ik hoor iemand zingend de trap op komen, het is mijn moeder. Ze is nog steeds te vrolijk. Mama klopt op de deur, “Max, wat is er jongen?” “Ik wil niet naar school!” schreeuw ik keihard vanuit mijn kamer. Mama komt voorzichtig de kamer binnen. “Ach jongen toch, je weet het hè, school is belangrijk voor als je later uitvinder wilt worden,” zegt ze. Mama kijkt mijn kamer rond, “Wat heb je er toch een puinhoop van gemaakt. Je moet snel opruimen. Een lockdown is niet alleen maar vrijheid, blijheid!” Zegt mijn moeder een beetje boos. Ik weet dat mijn moeder boos is, want ze baalt ervan dat ze zelf geen vrijheid heeft. Ze moet namelijk ons lesgeven en dat vindt ze helemaal niet leuk. Soms hoor ik haar weleens zuchten, dan zegt ze: “Kon ik maar weer werken, dat was tenminste vrijheid.” Ik snap daar niks van. School en werken is toch geen vrijheid?

Een week later is het zo ver. Het is maandag en mijn ouders hebben zich beiden verslapen. Ik kijk een filmpje en papa en mama rollen om kwart voor acht het bed uit. Ze zijn gehaast. “Snel, ik moet de vaatwasser nog uitruimen en de boterhammen voor de kinderen smeren. Kleed jij de kinderen snel, aan?” Roept papa naar mama, terwijl hij zijn tanden aan het poetsen is. Ik moet lachen, dit ziet er helemaal niet uit als vrijheid blijheid.

Na de boterham springen we snel op de fiets. We zijn tien minuten te laat. Mij maakt het niet uit, zin in school heb ik toch niet. Oké er is één ding leuk aan school, namelijk dat ik weer met mijn vrienden kan spelen en voetballen. Ik heb Alex al super lang niet meer gezien. Ik mocht een hele tijd niet met hem afspreken, omdat zijn vader Corona had en toen moest Alex ook binnen blijven. Gelukkig kan ik hem vandaag weer zien en kunnen we eindelijk weer een potje voetballen.

 Eenmaal in de klas vind ik het toch wel weer heel leuk. We doen de hele ochtend spelletjes om te vieren dat de lockdown voorbij is. Hier kan ik wel aan wennen, spelletjes in plaats van cijfers in de ochtend. In de middagpauze zoek ik Alex op. “Hé Alex, zullen we gaan voetballen?” Roep ik enthousiast. Alex heeft de bal al in zijn hand om uit te gooien. “Spelen maar!” roept hij. Ik krijg het super heet van al dat hard rennen en schoppen tegen de bal. Snel trek ik mijn shirt en hemd uit, neem een slok water en speel verder. Door het hardrennen heb ik niet in de gaten dat er toch een stevige wind staat. 

Aan het einde van de schooldag voel ik me moe. Mijn moeder haalt me op. “Zo hoe was school?” vraagt ze blij. Ik kan nog geen boe of bah zeggen, te moe om te reageren. Mijn moeder is nog steeds heel blij als we thuiskomen. Ze danst door de kamer. Ze is zo blij dat ze vandaag weer heeft kunnen werken. Ach ja, ik denk dat het werk voor haar zoiets als voetballen is. Ik heb dat immers ook heel lang moeten missen en dat vond ik ook niet leuk.

Ik plof neer op de bank en ga televisiekijken. Ik voel me koud en rillerig. Ik pak een dekentje. Mama heeft niks door. Als papa en Anne thuiskomen vertellen ze enthousiast over het werk, school en afpreken. Anne zegt dat ze met Lot een eigen musicalvlog heeft gemaakt die ze nu zelf gaan editen. Papa kon voor het eerst weer sinds lange tijd bij een klant op bezoek. Iedereen lijkt wel weer ontzettend blij met al die vrijheid. En ik, ik ben alleen maar bang dat ik morgen weer bundels moet maken en ik voel me moe en ziek. We eten sperziebonen en ik krijg geen hap door mijn keel. “Wat is er, Max?” vraagt mijn moeder bezorgd, “Je ziet zo rood en je hebt dikke wallen onder je ogen.” En ineens begin ik te huilen, heel hard. “Ik ben ziek!” snik ik hardop. Ineens springen papa en mama in de actie. “Ik pak de thermometer erbij,” zegt papa, terwijl hij de trap op loopt naar de badkamer. Ook mama geeft mijn bezorgd een knuffel. Anna eet rustig verder. Ze maakt zich niet zo gauw druk, behalve als het om haar musical gaat. Inmiddels komt papa terug met een thermometer in zijn hand en steekt deze in mijn oor. “38,9!” zegt mijn vader. Mama pakt de telefoon. “Ik wil graag een afspraak laten maken om mijn zoon te laten testen,” hoor ik haar zeggen. “Morgen om tien over 9 ben je aan de beurt,” zegt mijn moeder als ze ophangt. “En nu maar goed je handen wassen en natuurlijk vroeg op bed,” roept mijn vader. Stiekem vind ik het wel leuk dat ziek zijn, een voordeel namelijk is dat ik morgen niet naar school hoef. Braaf doe ik wat mijn ouders zeggen, ik trek mijn pyjama aan, poets mijn tanden en ga op bed. Ik ben hartstikke moe, maar toch kan ik niet heel goed slapen. Ik lig te woelen. Ik zal toch geen Corona hebben? En hoe zal die test morgen gaan?

Uiteindelijk val ik in slaap. Ik droom over een Coronamonster die door de stad heen sluipt op zoek naar mensen. Badend in het zweet word ik wakker. Ik kruip bij mijn papa en mama in bed. Mama kruipt tegen me aan en slaapt weer verder. De volgende ochtend word ik top fit wakker. Ooh nee, nu moet ik naar school? Bedenk ik me. Dat is nu ook weer niet de bedoeling. Stiekem is ziek zijn gewoon vrijheid blijheid. Dus ik doe net alsof ik me nog niet lekker voel. Mijn moeder vraagt bezorgd: “Hoe gaat het met je, Max?” Ik zucht en zeg: “Ik voel me echt niet lekker.” Papa staat al met een thermometer naast me. Ik schrik ervan als de thermometer in mijn oor zit. “37.2”, zegt mijn vader. “Je hebt geen koorts meer, jongeman,” zegt hij, alsof hij een huisarts is. Ik word rood, zullen ze doorhebben dat ik schoolziek ben? “Ooh ooh!” stamel ik, “Maar ik voel me nog wel heel ziek hoor.” “Natuurlijk, Max. Vandaag blijf je gewoon thuis. Je weet immers tegenwoordig maar nooit.” Zegt ze, terwijl ze de boterhammen voor Anne smeert die zo naar school gaat. Anne is helemaal niet blij dat ik thuis mag blijven en zij naar school gaat. Ze is de hele ochtend al chagrijnig. Maar voor mij is het vandaag dus even vrijheid blijheid!

Als Anne met Papa richting school fietst, ga ik televisiekijken. Ik heb echt geluk, vandaag lekker geen rekenbundels voor mij. Op dat moment hoor ik mijn moeder uit de gang roepen: “Max, we moeten gaan.” Ik schrik, waar gaan we ook alweer heen? “Hoezo? Waar gaan we heen?” roep ik terug. “Naar de teststraat natuurlijk,” zegt ze, terwijl ze kamer in loopt met mijn jas en mijn schoenen in de hand. Ooh nee, daar had ik niet over nagedacht, dat ik me nu nog moet laten testen. Daar gaat mijn vrijheid, blijheid. De teststraat vind ik best spannend. Maar ik kan me niet laten kennen.

Als mama en ik aankomen bij de teststraat moeten we eerst best lang in de auto wachten, totdat iemand in een geel jasje ons naar binnen roept. Mama laat mijn paspoort zien en we mogen doorlopen naar kamer 4. Daar zijn twee mensen. De vrouw achter de computer vraagt: “En wat is jouw naam, jongeman?” Ik zeg braaf: “Ik heet Max.” Nog steeds ben ik veel te bang dat ze doorhebben dat ik niet ziek ben.” Daarna zegt de mevrouw: “Ik doe eerst een soort ijsstokje achter in je mond en daarna een wattenstaafje in je neus dat kietelt.” En daar gaat het ijsstokje, ze stopt hem ver naar achteren. Gelukkig dat heb ik weer gehad. Dan komt het staafje in mijn neus, het kietelt en het prikt tegelijk. Het doet niet pijn, maar fijn vind ik het ook niet. “Zo jongeman, Max, dat zit er weer op!” zegt de mevrouw die net het staafje uit mijn neus haalt. “Wil je ook een dapperheidsdiploma?” vraagt de mevrouw achter de computer. “Uuuh”, stamel ik. Ik twijfel, want ik vind mezelf helemaal niet dapper. Ik heb zitten liegen en voel me daar heel schuldig over.

In de auto terug naar huis begin ik heel hard te huilen. “Wat is er?” vraagt mijn moeder bezorgd. “Ik heb gelogen, ik ben helemaal niet meer ziek,” snik ik. “Ik had geen zin in school en heb net gedaan alsof..” stamel ik. “Nou Max, gister was je toch ziek? En het is helemaal niet verkeerd om goed uit te zieken,” zegt ze, terwijl ze vriendelijk naar mij knikt. “Vind je dat echt, mama? Heb ik niet gelogen?” vraag ik verbaasd. “Nee Max, misschien heb je het vandaag een beetje aangedikt, maar gisteren was je echt ziek.” Opgelucht haal ik adem, mama heeft gelijk.

In de avond eten we een bloemkoolschotel met vis. Dat vind ik echt super lekker. Papa ziet mij smullen van het eten en zegt: “Zo je hebt je eetlust ook weer terug, zie ik.” Ik glimlach. Dan zegt mama: “Volgens mij was Max gisteren echt ziek en vandaag schoolziek.” Ik moet blozen als ze dat zegt. Mama heeft gelijk. “Sorry.. ,” stamel ik. “Ach ja, we doen allemaal weleens iets voor wat vrijheid blijheid,” zegt mama. Dan moeten we alle vieren lachen. “Ja inderdaad,” zegt papa, “dus morgen weer naar school, want dan kunnen mama en ik genieten van onze vrijheid blijheid op het werk,” glimlacht papa.

De volgende dag blijk ik inderdaad geen Corona te hebben. Door mijn voetbalwedstrijdje zonder shirt heb ik een koudje gevat en ben ik een dag ziek geweest. Als ik weer op school kom is alles weer als vanouds. Geen leuke dingen doen, zoals spelletjes en televisiekijken, maar rekenbundels en luisteren naar de juf. De vrijheid blijheid is wel voorbij, maar ik besef dat dingen moeten helemaal nog niet zo erg is. Want zonder school ben ik ook op sommige dagen niet echt vrij! En zonder school kan ik ook niet elke dag voetballen met Alex. En dat is toch het allerleukste wat er is.

Credits illustraties: Designed by Freepik & PublicDomainVectors