Leestijd: 11 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

“Max, waar zit je nou?” roept mama. “We zijn bijna klaar, je hoeft alleen nog maar te rekenen.”

Mama klinkt bijna alsof ze zo gaat huilen. Ik hoop echt niet dat ze mij hier vindt. Ik wil niet opnieuw naar de thuisschool. De juf legt alles veel beter uit en mama is gewoon heel erg ongeduldig. Max had niet verwacht dat hij het ooit zou zeggen, maar ja echt, hij verlangt weer terug te gaan naar school. Naar juf Mandy. Zij is veel geduldiger en altijd heel lief voor de klas.

“Max, ik tel tot drie. Ik ben er echt helemaal klaar mee! Een … twee …”, gaat mama verder.

Ik zit op mijn nieuwe verstopplek van vandaag. De kast in de gang is lekker klein, maar niet té klein. En bovenin zit een raampje, waardoor er nog genoeg licht naar binnen komt. Er staan wat spullen in, zoals een strijkplank en zo’n ding waar je de vloer mee schoonmaakt, een zwabber of zo. Maar goed, precies genoeg ruimte voor mij om even te chillen.

“Ja, ik kóm al!” roep ik vanuit de kast. Mama staat ongeduldig in de kamer te wachten. “Nou, laat dat al maar weg, je bent een kwartier weggeweest.”

Oh, dat is zo irritant aan mama, dat zegt ze dus altijd. 

Terug naar het rekenwerk dus, het is niet anders. Na vijf minuten is het klaar.

“Nou, dat viel toch best mee?” zegt mama. “Tijd om te gaan lunchen.”

Dit vind ik altijd wel een fijn moment van de dag. Het is sowieso wel fijn nu iedereen thuis werkt en thuis naar school gaat, dat we vaste momentjes hebben. ‘s Ochtends school met papa of mama. Om elf uur een fruitbakje en om één uur met z’n allen lunchen. ‘s Middags mogen we lekker vrij spelen. Soms weet ik dan heel goed wat ik wil gaan doen, bijvoorbeeld met mijn lego spelen. En soms kan ik helemaal niks bedenken.

Op school hoef ik nooit lang zo na te denken over wat ik in de pauze ga doen. Voetballen! Het liefst de hele tijd. Net voordat de school begint, in alle pauzes en zodra de school uit is.

Met mijn vrienden natuurlijk, want die houden ook allemaal van voetbal. En ze zitten er op. Nu zit ik nog in een oefenclubje, maar vanaf volgend jaar mag ik waarschijnlijk naar de JO-7. Dat is voor kinderen tot en met 7 jaar.

De meisjes kletsen in de pauze altijd over wat ze later willen worden, vlogger of zo. Supersaai. Ik snap sowieso niet waarom meisjes altijd zo van kletsen houden. Het is toch veel leuker om te voetballen of te stoeien? Ik weet eigenlijk zelf ook nog niet zo goed wat ik later wil worden. Ja, profvoetballer natuurlijk. Maar mama zegt dat het wel handig is om ook nog over iets anders na te denken, voor als profvoetballer toch niet gaat lukken. Ik zou het eerlijk gezegd niet weten, ik wil gewoon profvoetballer worden.

Mijn vader is interieurarchitect, een supermoeilijk woord. Maar dat betekent dat hij mensen helpt om hun huis zo mooi mogelijk te maken, aan de binnenkant. In ons eigen huis heeft hij nog heel veel klussen liggen om het mooi te maken. Nu hij veel meer thuis is, begint het huis al best een beetje op te knappen. Gisteren was hij aan het schilderen en toen kreeg hij een telefoontje. Hij pakte de telefoon uit zijn broekzak en die viel daarna in zijn emmer met verf … nou, je snapt dat hij helemaal niet blij was. Hij werd daarna best wel boos op ons, omdat we moesten lachen. Het lijkt wel of papa en mama, nu we met z’n allen veel thuis zijn, wel iets sneller boos worden. Ik merk dat ik dat wel lastig vind, maar ik heb er wel iets op gevonden als ik even alleen wil zijn. Ik heb papa trouwens later wel geholpen met alles opruimen, daarna was hij niet boos meer. Gelukkig maar.

Mama doet voor haar werk allerlei verschillende dingen. Er bestaat niet echt een naam voor de baan die ze heeft. Volgens mij praat ze altijd veel met mensen, want ze is nu tussen alle dingen door thuis steeds aan het bellen. Of appjes aan het sturen.

Terug naar de lunch. Papa stormt de trap af en mama dekt ondertussen de tafel. “Komt Anne ook?” vraagt mama. “Ze moest nog even iets zoeken,” zegt papa, “maar ze zou er binnen vijf minuten zijn.” Ik help mama nog even met de laatste dingen en dan gaan we aan tafel.

“Nou, jij eet ook steeds meer boterhammen, jongeman”, zegt papa.

Klopt, ik heb tegenwoordig megahonger. Als ik net heb gegeten, lijkt het wel alsof ik tien minuten later alweer kan eten. Anne komt er ook bij zitten en kletst honderduit.

Ik merk dat ik een beetje afdwaal met m’n gedachten. Als iedereen zo door elkaar gaat praten, word ik heel moe. Ik ga even van tafel af. “Wat ga je doen?” vraagt mama. “Ik ga even naar de wc, ben zo weer terug.” Maar ik ga niet naar de wc, ik ga even lekker ergens rustig in m’n eentje zitten, wel zo fijn. Welk plekje zal ik nu pakken? Ik vind het fijn om in huis af en toe even lekker alleen te zijn. Vooral nu iedereen de hele dag thuis is. Achter de speelkast zit een deur, waar papa wel eens naar binnengaat als hij zijn klusspullen weer opruimt. Eens kijken wat er achter die deur zit … ja, dit is een prima plekje. Direct naast de deur zit een soort van trapje met drie treden, dus ik klim lekker op de tweede tree. Zo, ff uitrusten. Dat is zo lekker, even geen geklets aan mijn hoofd. En al helemaal niet van Anne, die het steeds heeft over Lot, vloggen, Kees, het allerleukste hondje van Lot … pfff. Nou, dat weet ik nu wel, dat ze die zo lief vindt. Ze zeurt ook altijd over dat ze zelf een hond wil. Dat zou ik op zich ook wel leuk vinden, maar misschien vind ik poezen toch leuker, ik weet het nog niet. Papa en mama zeggen in ieder geval dat er voorlopig geen huisdier komt. “Max?” Pap steekt zijn hoofd door de deur. Hoe heeft hij me hier zo snel gevonden? “Ik zie de Nutella van je vingers aan de deur zitten, dus het kon niet missen dat ik je hier zou vinden. Kom je zo weer? Of wil je graag nog even alleen zitten?” Mmm, papa begrijpt me best goed. Fijn dat hij niet boos wordt en dat ik zelf mag kiezen. Misschien is het wel handig om weer terug te gaan, want eigenlijk heb ik ook best wel weer honger.

“Heb je zin om vanmiddag filmpjes met me op te nemen?” vraagt Anne aan Max zodra hij zijn stoel weer aanschuift. Ja, dat wil Max wel. Anne heeft sinds Corona iets van TikTok en daar maakt ze allemaal grappige filmpjes mee. Soms alleen, soms met mij en af en toe doen zelfs papa en mama mee. Vooral de filmpjes met honden en poezen op TikTok vind ik grappig.

Na de lunch ruimen we allemaal even snel de tafel af en dan rennen Anne en ik naar boven. Gelukkig, geen schoolwerk meer vandaag!

“Ga jij even hier staan,” zegt Anne, “dan doe ik zo, en zo, en als jij dan weer daar naartoe loopt, dan druk ik daarna op het knopje.”

Ik snap er helemaal niks van. Maar dat is wel vaker zo en dan komt het toch wel goed.

Maar nu lukt het niet echt goed en we moeten wel vijf keer opnieuw beginnen. Anne wordt een beetje boos. “Máááx,” zucht Anne, “je moet eerst dit doen en dan pas dat.”

Nu weet ik het echt niet meer. Terwijl ze zich omdraait naar haar spiegel om weer lippenstift op haar lippen te doen, sluip ik de kamer uit, op zoek naar een nieuwe verstopplek.

Ik hoor haar nog roepen “Nee, Max, niet snel weer verstoppen, we moeten echt door nu!” maar ik heb er geen zin meer in. Snel, zoeken, waar heb ik nog niet gezeten?

Ik hoor Anne al achter me aan lopen, dus ik vlieg de badkamer in en doe de deur op slot. Niet handig, want dat hoort ze natuurlijk. “Ik moest echt even naar de wc”, lieg ik.

Ik blijf gewoon lekker rustig tien minuten op de wc. Maar ja, ik moet er toch een keer uit en hier in huis kun je je niet eeuwig blijven verstoppen.

Morgen, als iedereen met z’n eigen ding bezig is, ga ik een kaart maken van het hele huis en ga ik alle plekken waar ik me kan verstoppen opschrijven. Dan zorg ik ervoor dat ik altijd even kan vluchten, als ik daar zin in heb.

Na tien minuten besluit ik terug naar Annes kamer te gaan. “Zo, ben je er weer?” Anne is ondertussen met een ander filmpje begonnen, in haar eentje. “Laat ons filmpje maar zitten Max, die was toch misschien een beetje té moeilijk.”

Ach, Anne is eigenlijk best oké als zus.