Leestijd: 10 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

Vanavond is het zover! Door corona mochten we ineens heel veel dingen niet meer, die vroeger wel mochten. Maar wie weet mogen we straks wel weer meer, want de minister-president van Nederland komt vanavond weer op televisie.

Mark Rutte heet hij. Heel grappig, er staan steeds foto’s van hem op het internet met hele lange haren. Want hij kan natuurlijk ook niet naar de kapper, ook al ben je de baas van Nederland.

Hopelijk gaat hij ons vertellen dat we weer lekker buiten mogen spelen. Gewoon weer met mijn vriendjes. Eigenlijk mis ik ze best wel heel erg. Voor corona gingen we na school naar huis, even wat drinken, soms even gamen en dan lekker naar buiten. Voetballen, klimmen, verstoppen, tikkertje spelen. Meestal met de vriendjes uit mijn eigen straat, maar soms ook met jongens uit de andere buurt erbij. En als er dan genoeg kinderen waren: een echt voetbaltoernooi spelen!

Maar dat gaat nu dus niet. Door corona. Maar ik vind het wel gek dat papa en mama af en toe wel ergens naartoe gaan, zonder te zeggen waar naartoe.

Maar misschien dat meneer Mark, of meneer Rutte dus, wel iets leuks gaat vertellen. Misschien mogen we morgen wel weer lekker met z’n allen buiten spelen. Of misschien kunnen we wel buiten spelen, maar dan met niet meer dan vijf kinderen? Of misschien mogen we alleen maar met jongens spelen en niet met meisjes, omdat meisjes bijvoorbeeld sneller corona kunnen krijgen? Het zou zomaar kunnen.

En dan is het eindelijk zover. Papa heeft de tv aangezet en we kruipen met z’n vieren op de bank.

Premier Rutte gaat achter de microfoon staan. Achter het andere tafeltje staat een meneer met hele grappige schoenen. Ook een minister. Die vertelt altijd hoeveel mensen er in het ziekenhuis liggen en hoeveel mensen er dood zijn gegaan. Lijkt me niet echt een hele leuke baan, eerlijk gezegd.

“Papa,” zeg ik, “’waarom trekt die meneer altijd van die rare schoenen aan, terwijl hij helemaal geen leuke dingen gaat vertellen?”

“Nou Max, die meneer heeft altijd van die schoenen aan. En nu zijn alle schoenenwinkels dicht, dus kan hij niet ineens serieuze of saaie schoenen gaan kopen.”

Daar heeft papa natuurlijk wel gelijk in, denk ik.

“En die mevrouw, die achter meneer Rutte en die meneer met die gekke schoenen staat. Waarom is zij er altijd bij?”

Papa zegt: “Dat is de doventolk. Ook dove mensen moeten snappen wat de nieuwe regels zijn, en die mevrouw zorgt daarvoor.”

“Maar hoe zit het dan met blinde mensen?”

“Die kunnen toch luisteren naar wat er gezegd wordt?” zegt papa.

“Oh ja, da’s waar ook. En mensen die doof én blind zijn dan?”

“Nu moet je ophouden Max, dat weet ik ook allemaal niet”, zegt papa ongeduldig. Papa is de laatste tijd wat sneller boos, minder geduldig. Wat zou er met hem zijn?

Premier Rutte vertelt eindelijk wat er gaat gebeuren. Het is best een lang verhaal en ik snap heel veel woorden niet. Sommige dingen zijn best oké, maar andere dingen zijn helemaal niet leuk. Ik weet niet of ik nu blij moet zijn of niet. Maar ik weet nu in ieder geval wel dat meisjes niet eerder corona krijgen dan jongens.

Premier Rutte vertelde: “Na de meivakantie mogen de kinderen weer naar de basisschool. Niet meteen alle dagen, maar in ieder geval wel de helft van de tijd. Groep A gaat bijvoorbeeld op maandag, woensdag en vrijdag en groep B gaat op dinsdag en donderdag. En dan die week erna draaien we de dagen om.” O, ik hoop dat ik dan in de groep zit waar ook mijn vriendjes in zitten, anders ziet ik ze weer heel vaak niet.

Premier Rutte gaat verder: “En ze mogen in de meivakantie ook weer met elkaar buiten spelen. Als ze maar op anderhalve meter afstand blijven van andere volwassenen dan hun ouders.”

“Joepieeeee, we mogen weer buiten spelen. Ohhh, dit heb ik zo gemist.

Pap, mag ik dan meteen logeren met iemand? Ik kan niet wachten!”

“Nou,” begint papa, ‘ik … eh … hoe moet ik dit zeggen?”

Oh nee, wat nu? Wat zou er aan de hand zijn? Is logeren iets wat helemaal niet meer mag? Heb ik iets gemist? Nu gaat papa toch niet zeggen dat het allemaal niet mag of zo?

“Weet je Max, ik snap dat je enthousiast bent,” begint papa, “maar ik vind dat we nog steeds heel erg moeten opletten, dus ik heb liever niet dat je bij anderen kinderen thuis komt. Of dat andere kinderen hier komen. Dus logeren kan al helemaal niet, sorry.”

Ik vlieg naar mijn kamer. Die stomme corona. “Ik haat corona!” schreeuw ik.

Waarom zijn papa en mama zo streng en voorzichtig? Mijn vriendjes mogen misschien wel logeren als het van meneer Rutte weer mag. Waarom mag iedereen logeren, behalve ik? Daar komt mama, die weet dat vast wel. “Mam, waarom mag iedereen logeren, behalve ik?”

“Dat geloof ik echt niet hoor Max, er zijn vast wel meer ouders die dat nog niet prettig vinden”, zegt ze. “En alle ouders mogen zelf bepalen wat ze wel en niet goed of prettig vinden en niet alle ouders zijn hetzelfde. Maar ik heb wel een idee! We kunnen toch ook in huis, met elkaar, logeerafspraken maken? Dus dat jij een keer bij Anne gaat logeren, en dat ik een keer bij jou ga logeren en papa bij Anne. Vind je dat leuk?”

Mwah … dat weet ik niet hoor, dat is toch echt wel anders. En dat zeg ik ook tegen mama. “Ik weet het niet. Als jij bij mij komt logeren, dan ga je later naar bed, en dan slaap ik waarschijnlijk al als jij naar bed gaat. Beetje saai.”

“Tja, dat is ook wel waar, Max. Ik ga er nog even over nadenken.”

Als ik de volgende dag beneden kom, zitten papa en mama aan tafel en ze kijken heel opgewonden. Wat zou er aan de hand zijn?

“Max en Anne, komen jullie even bij ons? We willen wat vertellen.”

O nee, we krijgen nog een broertje of zusje!

Anne fluistert: “Wat zou er zijn? Ik krijg hier wel een beetje een onrustig gevoel van.”

“Geen idee,” fluister ik terug, “laten we maar aan tafel gaan zitten.”

“Nou,” begint papa, “jullie hebben vast wel gemerkt dat wij best wel streng waren met alle coronaregels. En dat was niet voor niets. Ik voelde me namelijk al een paar weken niet zo lekker, dus mocht ik me laten testen op corona.”

Ik begin onrustig te ademen. Dit voelt spannend. Eigenlijk heb ik er helemaal niet over nagedacht dat papa en mama ook corona zouden kunnen hebben.

“En het blijkt dat ik het inderdaad heb gehad”, gaat papa verder. “Dus ik ben erg blij dat we ons heel netjes aan alle regels hebben gehouden. En jullie dus ook. Doordat jullie zo goed naar ons hebben geluisterd, hebben jullie er ook voor gezorgd dat er verder niemand ziek is geworden. En wat mij betreft zijn jullie dus coronahelden!”

Anne en ik zijn er stil van. Papa corona? Dan komt corona ineens wel erg dichtbij.

Hij ziet er helemaal niet ziek uit, en klinkt hij vrolijk. “Maar … ben je dan nu helemaal niet meer ziek? Of kunnen wij nu nog steeds ziek van jou worden? En hoe kan het dan dat mama geen corona heeft? Jullie raken elkaar toch gewoon aan?”

“Volgens de dokter ben ik nu niet meer besmettelijk en zijn jullie er blijkbaar minder vatbaar voor, want jullie zijn niet ziek geworden.”

“Nu snap ik wel dat jullie streng voor ons waren”, zeg ik. En nu snap ik ook waarom papa af en toe wegging, en een beetje sneller boos en ongeduldig was.

“Maar eh …, mogen we dan nu naar buiten?”

“Ja hoor, ga maar lekker naar buiten. En denk eraan, buiten, dus niet bij andere kinderen naar binnen”, zegt mama.

“Yes!” roepen Anne en ik tegelijkertijd uit en we rennen naar buiten, blij dat papa weer beter is én dat we weer naar buiten mogen.