Leestijd: 9 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

Elke ochtend om negen uur krijg ik een vlog van meester Patrick. Mijn meester vlogt gewoon, dat vind ik vet stoer. Onze school heeft zelfs een YouTube-pagina, die bekijk ik elke dag. De vlogs van meester Patrick zijn de beste. Eigenlijk vind ik meester Patrick suuuuuuperleuk! Heb je die haren van hem gezien? En die blauwe ogen? En volgens mij is hij zeker nog lang niet zo oud als papa. Soms als ik filmpjes mag kijken op de tablet, dan kijk ik stiekem de vlogs van meester Patrick terug. Soms wel vier of vijf keer hetzelfde filmpje, te leuk! Niemand weet dat ik dit doe, het is mijn geheim. Alleen mijn dagboek weet het.

In de vlog vertelt meester Patrick altijd de opdrachten die we die dag thuis kunnen gaan doen. Laatst moesten we een vogelhuis maken. Meester Patrick had een tutorial naar ons toegestuurd. Zo vet is dat! Weet je dat je met tutorials een hele hoop geld kunt verdienen? Kijk maar naar NikkieTutorials. Zelf ben ik eigenlijk meer fan van Bibi. Bibi heeft echt zo’n schattig kindje. Te lief! Zelf word ik later ook vlogger. Dat lijkt me echt een vet beroep. Mijn moeder zegt dat er geen geld mee te verdienen is, die snapt er dus echt niks van. Wist je dat toen mijn moeder 10 jaar was er nog niet eens internet bestond? Dus hoe kan mijn moeder nu weten of je er geld mee kunt verdienen of niet? Weet je dat Lot en ik heel veel tiktoks maken? Super leuk! Dit doen we wel op het account van Lot, want ik mag van mijn moeder geen TikTok-account. Die ouders van mij zijn zo suf! Ik hoop niet dat ik zo word als mijn ouders als ik zelf later kinderen heb. 

Lot vindt meester Patrick ook superknap. Samen hebben we een meester Patrick- schriftje waarin we elkaar brieven schrijven over wat meester Patrick allemaal doet op school. Ik vind corona echt stom, want nu zie ik meester Patrick dus niet meer. Tja, alleen dan op de vlogs. Maar nu is ons meester Patrick-schriftje ineens verdwenen! Gisteren had ik het nog, ik had het meegenomen van school en in mijn kussenhoes bewaard. Het kan niet waar zijn! Niemand mag weten dat Lot en ik meester Patrick leuk vinden. Dan kan ik nooit meer op school komen na corona! Ik schaam me kapot!

En het ergste is nog dat ik het Lot niet eens durf te vertellen. Ze zal wel boos op me zijn. Logisch! Ik zou ook boos op haar zijn als ze zoiets kostbaars kwijtraakt. Lot en ik facetimen elke dag na schooltijd. Het is nu één uur en om drie uur bellen we, wat moet ik nou? Ik heb zonet mijn moeder gevraagd of ze mijn ‘wiskundeschrift’ had gevonden bij mijn bed. Ik durfde natuurlijk niet te zeggen dat het om het meester Patrick-schriftje gaat. Nou natuurlijk, die had ze blijkbaar dus niet gezien. Ik baal echt, kan wel huilen. Wat zou jij doen als je dat overkwam?

Het enige voordeel van corona is dat het schriftje niet ver kan zijn. Het lag op mijn kamer, dus daar begin ik dan ook met zoeken. Ik heb mijn moeder verteld dat ik huiswerk aan het maken ben, maar dat kan ze nu echt even op haar buik schrijven. Dat schriftje is veel belangrijker! Ik begin met mijn kledingkast, misschien ligt-ie daar verstopt? Ik graai tussen mijn jurken, broeken, shirts, ondergoed. Helaas, geen schriftje. En nu? Oke, denk na, Anne! O ja, ik kan nog in de lades van mijn bureau kijken. Eerst gooi ik al die stomme werkboeken eruit. Foetsie! Nee, ook niet. Ik hoor voetstappen op de trap. O nee, mama komt naar boven! Snel een stoel voor de deur, zodat ze niet naar binnen kan. Ik zie de deurklink op en neer bewegen … “Anne doe open, nu!” zucht mama. “Nee mam, ik ben heel druk bezig, ik wil nu echt met rust gelaten worden”, zeg ik een beetje in paniek. “Anne, we hebben een afspraak.” O, wat haat ik die afspraken van mijn ouders. Weet je wat het met afspraken is, die maken ouders altijd met jou, maar wij kinderen mogen nooit afspraken met ouders maken. “Anne, we hebben een afspraak, geen deuren op slot. Anders is het straks niet met Lot facetimen”, buldert mijn moeder aan de andere kant van de deur. Nu is het menens, mijn moeder is aan het dreigen en schreeuwen, ik moet Lot wel bellen vandaag! Heel langzaam haal ik de stoel weg en doe de deur op een kier. Zelf verdwijn ik achter de deur. Mijn moeder valt de kamer binnen, de deur klapt tegen mij aan. “Wat is dit hier voor een bende?” vraagt mijn moeder verbaasd. “Nou uh, ik zocht toch dat ene wiskundeschrift, mam?!” Ik lieg dat ik barst, maar ik kan nu niet vertellen over het meester Patrick-schriftje. En ik weet dat mijn moeder wilde dat ik rekensommen zou maken. “Is die nog steeds kwijt?” vraagt ze. “Ja, mam! “ “Och Anne, jij kijkt echt niet verder dan je neus lang is, hè”, zucht ze. “Hier ligt het toch? Gewoon onder je bed!” Ik doe net alsof ik heel verbaasd ben. Mijn moeder moet gelukkig lachen. Phoeh, daar kom ik weer mooi onderuit. “Nadat je Lot hebt gebeld, wil ik wel dat je je kamer opruimt”, zegt mijn moeder. “Oké, mam”, zeg ik opgelucht. 

En opeens weet ik het! Max is gisteren op mijn kamer geweest. Hij wilde gekleurde papiertjes pakken. Hij heeft het schrift, maar hij mocht vandaag met papa mee naar de vuilstort. Ooh nee! Straks belandt het meester Patrick-schriftje op de vuilnisbelt! Mijn leven is een hel. Het is inmiddels drie uur. Facetimetijd met Lot. Ik besluit Lot nog even niks te vertellen. “Goh, Anne! Waarom kijk je de hele tijd zo boos? Is er iets?” vraagt Lot. “Nee hoor! Ik uuuh … ik had even ruzie met mijn moeder, omdat ik mijn kamer op moest ruimen.” Gelukkig hoefde ik tegen Lot niet echt te liegen.

Om 4 uur komen papa en Max terug van de vuilstort. Wat heeft dat ontzettend lang geduurd. “Er stond een hele lange rij bij de vuilstort, het was gewoon echt niet leuk”, klaagt mijn vader. Mijn vader is altijd supersnel ongeduldig, hij heeft een hekel aan wachten. Hij vertelt dat er elke keer maar drie auto’s op de vuilstort mochten zijn, vanwege de anderhalvemetermaatregelen. Mijn ouders zijn samen aan het kletsen in de keuken en als papa en mama even niet kijken grijp ik Max bij zijn kraag en sleep hem naar boven. Hij schreeuwt, gelukkig doet hij dat wel vaker waardoor het mijn ouders niet eens opvalt dat ik hem naar boven sleep. Ik sta recht tegenover hem op mijn slaapkamer. “Waar is mijn schriftje!” schreeuw ik in zijn oor. Max probeert te ontsnappen en rent als een dolle stier door mijn kamer. Ik duw hem op bed. “Geef mijn schriftje terug!” schreeuw ik, terwijl ik hem in de houdgreep houd. Hè hè, hij geeft zich over. “Het schriftje ligt op mijn kamer”, bekent hij. Samen gaan we naar zijn kamer, maar loslaten doe ik hem niet. Ik weet dat hij anders toch weer een ontsnappingspoging doet. Hij pakt het schriftje onder zijn kussen vandaan en zingt: Bloedirritant natuurlijk, maar hij weet toch niet wat hij zingt. Vanaf nu moet ik mijn geheim dus delen, maar ik pak dat broertje van mij nog wel eens terug. Nu maar hopen dat mijn ouders, of nog erger, meester Patrick er nooit achter komen.