Leestijd: 12 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Meespelen in de film van groep 8

met Hubert Bruls, Burgemeester van gemeente Nijmegen

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

 

Triiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiingggg. De deurbel. Sjongejonge, dat was een lange bel. Dat is vast geen belletjeleller, want die rennen altijd heel snel weg.

Ik doe de deur open, het is Lana.

“Hoi Lana,” zeg ik, “wat kan ik voor je doen?”

“Mag ik even binnenkomen?” vraagt ze.

Lana is ons buurmeisje. Ze zit op onze school, maar dan al in groep 8. Ze gaat na de zomer naar de middelbare school. Best een gek idee. Eerst ben je de alleroudste op school en vindt iedereen je leuk. En dan na de zomer ben je de jongste op school en zijn de oudere kinderen al bijna 18.

Ze heeft altijd van die lekkere gekke acties. Alle kinderen in de buurt vinden haar leuk, omdat ze altijd zo vrolijk is.

“Ja hoor, kom maar binnen. Anne is er niet, kwam je voor haar?” vraag ik.

“Nee hoor, Max. Ik kom voor jou, of voor je ouders. Maakt eigenlijk niet zoveel uit.”

“Hé, Lana, wat leuk dat je even langskomt.”

Mama komt erbij staan.

“Kom je even binnen om wat te drinken? Ik ben zo benieuwd naar hoe het voor jou is nu je bijna klaar bent met school.”

Lana huppelt de woonkamer in. Vrolijk als altijd.

“Het is eigenlijk een hele rare tijd”, begint ze. “We waren namelijk al best een tijdje aan het oefenen voor de musical, maar die gaat nu dus niet meer door.”

Oh ja, da’s waar ook. Ze kunnen natuurlijk niet meer oefenen met alle kinderen en al helemaal niet meer optreden voor alle kinderen van school, opa’s, oma’s, wie dan ook.

“Maar we hebben met alle groepen 8 iets leuks bedacht”, gaat ze verder. “We gaan een film maken, zodat we die aan alle ouders kunnen sturen. Dan neemt toch iedereen een soort van afscheid van ons. En heel eerlijk gezegd, een musical is misschien wel leuk, maar ik vind een film eigenlijk ook best tof, want die kun je nog heel vaak terugkijken en aan heel veel mensen doorsturen. Ook naar mensen die anders niet bij de musical hadden kunnen komen kijken.”

Daar heeft Lana wel gelijk in. Wat slim eigenlijk.

“En wat kunnen wij daarin voor jou betekenen, Lana? Want je komt vast niet alleen om dit te vertellen”, vraagt mama.

“Klopt. Ik heb een vraag aan jullie. Nou, eigenlijk heb ik twee vragen. Allereerst: hebben jullie nog verkleedkleren in huis die ik kan gaan gebruiken voor de film? Ik zoek iets met veel kleuren. Jurken, blouses, hoeden, maakt niet uit wat. En iets met dierenkostuums.”

“En je tweede vraag?” vraag ik haar.

“Ja, Max, daar heb ik jou eigenlijk bij nodig. En Anne. Want we zoeken nog wat figuranten en volgens mij kunnen jullie dat heel erg goed.”

Figuranten? Dat woord ken ik niet. Wat bedoelt ze?

Mama ziet dat ik het niet begrijp.

“Figuranten zijn acteurs die meedoen, maar niet per se iets hoeven te zeggen. Die lopen bijvoorbeeld achter in het beeld langs. Als vulling zeg maar”, zegt ze .

Dat lijkt me wel superleuk. Dan ben ik dus een acteur, terwijl ik geen teksten uit mijn hoofd hoef te leren. Gelukkig maar, want daar ben ik niet zo goed in.

“Ja, dat wil ik wel”, zeg ik. “Zal ik straks, als Anne thuis is, vragen of ze dat ook wil?”

“Ja, graag”, veert Lana op. “Dan ga ik nu terug naar huis om verder te gaan met het script.

“Script?”

“Oh sorry, Max, ik lijk wel een vakidioot. Een script is het verhaal dat we straks in de film gaan spelen. Een boek van de film, zoiets.”

Aha, nu snap ik het.

“Oh, maar nu vergeet ik of jullie inderdaad verkleedkleren hebben.”

“Ja hoor”, zegt mama. “We hebben een hele grote kist met carnavals- en verkleedspullen. Ik denk dat je daar wel het een en ander uit kunt halen. Ik zal hem vanmiddag even van zolder halen, kom dan morgen maar kijken. Dan weet je ook of Anne mee wil doen.”

“Oh ja, en nog iets …” Lana twijfelt. “Maar dat vertel ik morgen wel.”

Ze loopt naar de voordeur, zwaait ons gedag en rent verder de straat in.

Wat had ze nog meer willen vertellen? Nou, dat horen we dan morgen wel.

Anne komt een uur later binnen. Ze was even een rondje skaten op haar nieuwe skates. Haar helm staat scheef op haar hoofd.

“Je moet je bandje wat strakker doen, Anne,” zegt mama, “anders heeft die helm helemaal geen zin”.

Anne zucht. Ze is moe.

“Ik vind het allemaal maar saai, hoor”, zegt ze. “Iedere dag lijkt wel een beetje hetzelfde.”

“Nou,” roep ik, “misschien heb ik wel iets heel leuks voor je! Lana was net hier en ze vroeg of jij en ik als viranten in de film van groep 8 willen spelen. Vind je dat niet heel erg leuk?”

“Viranten? Wat zijn dat?” vraagt Anne.

“Figuranten”, zegt mama. “Figuranten.”

“Ah, figuranten! Dat ken ik wel, dat woord. Betekent dat, dat we dus mee mogen spelen, maar dat we niet hoeven te praten?”

“Ja, dat klopt, we hoeven alleen maar een beetje in beeld te lopen”, zeg ik.

“Heel leuk”, zegt Anne. “Dan worden we dus acteurs, Max. Altijd al willen zijn.”

Anne wil van alles weten. Welke kleren we dan aandoen. Of we dan make-up op mogen. Hoe we in beeld moeten lopen. Wel of niet lachen. En nog veel meer.

“Ik weet verder nog niks”, zeg ik. “Lana komt morgen om door onze verkleedspullen te snuffelen en dan zal ze ons ook vertellen wat er in het shift staat.”

“Shift?”

“Script”, corrigeert mama.

“Oh ja, script. Het verhaal van de film, heeft Lana me uitgelegd.”

Wat een lastige woorden.

Anne is helemaal enthousiast. Ze ziet zichzelf al helemaal als filmster.

Als een diva, noemt ze het zelf. Ze denkt zelfs dat ze misschien wel beroemd kan worden met deze rol. Ik vind het zelf nog wel een beetje spannend. Ik hoop niet dat ik bijvoorbeeld rode wangen krijg als ik in beeld loop. Of dat ik bijvoorbeeld struikel. Ik kan nog weleens onhandig zijn als iets spannend is. Dat had ik bijvoorbeeld toen we met een weeksluiting in een polonaise het podium opliepen. Ik liep vooraan, dus ik was als eerste te zien. Ik struikelde over mijn eigen voeten en je begrijpt het al … iedereen uit de klas viel over elkaar heen. Ik schaamde me dood! Ach, ik ben nu samen met Anne, en ik hoef niks te zeggen, dus dan komt het vast wel goed.

Anne komt mijn kamer inlopen. Helemaal opgedoft!

“Hoe zie ik eruit, Max?”

Ze heeft een megaglitterjurk aan, hoge hakken en een pruik uit de verkleedklerenkist, en oogschaduw en lippenstift op.

“Euhh, ja, mooi, denk ik?”

Eerlijk gezegd vind ik het niet zo mooi, maar ik wil Anne ook niet beledigen.

“Wat doe jij aan, Max?”

“Moeten we niet eerst even horen wat Lana voor ons bedacht heeft? En wanneer ze gaat opnemen?”

Volgens mij wil Anne dit niet horen, maar wil ze vandaag vooral nog heel lang in deze kleren rond blijven lopen. Ach, meisjes, ik snap er soms niks van.

Als we ’s avonds aan het eten zijn, kletst Anne de hele tijd over haar nieuwe carrière als actrice.

“En naar welke school kun je gaan, na de basisschool, als je dit als werk wilt gaan doen?”

Papa en mama proberen af en toe van onderwerp te veranderen, maar als Anne eenmaal op dreef is …

De volgende ochtend is ze al vroeg op.

“Zal ik Lana gaan halen?” vraagt ze.

“Ja, ga jij maar naar Lana. Zeg maar dat de verkleedkleren hier klaarstaan en dat ze er van alles uit mag gebruiken voor de film”, zegt mama.

Even later komt Anne terug met Lana.

“Hoi Lana, wil je wat drinken?” vraagt mama.

“Ja, lekker, ik lust wel wat limo”, antwoordt Lana.

Anne zit onrustig op haar stoel te wippen. Lana merkt dat Anne ongeduldig is.

“Anne, wat is er?”

“Kun je al iets vertellen over de rol die we krijgen?” vraagt Anne. “Ik ben zo benieuwd.”

Ik begrijp niet waar Anne zich zo druk over maakt. We hoeven toch alleen maar even in beeld langs te lopen?

“Ik was gisteren nog een beetje aan het script aan het werken”, begint Lana. “Het verhaal gaat namelijk over een groep kinderen die verdwaalt in een bos. Als ze op een verlaten stuk in het bos zijn, horen ze ineens geritsel. Ze worden bang. En dan lopen er twee beren in het bos waar ze heel hard voor wegrennen …”

We luisteren allemaal geboeid naar Lana. Wat kan ze dit goed bedenken en vertellen.

“En wanneer komen wij dan voorbij?” vraagt Anne.

Ik denk dat ik het al wel weet. En ik denk dat Anne behoorlijk teleurgesteld zal zijn.

Ik neurie: Ik zag twee beren …

“Max, hou eens op, ik wil de rest horen”, roept Anne en ze kijkt me boos aan.

“Euhh,” zegt Lana, “die beren … dat zijn jullie.”

Even blijft het stil. Anne slikt.

“Maar … beren hebben toch geen mooie jurk aan, of make-up op?” vraagt Anne zacht.

“Nee”, zegt Lana. “Had je het idee dat je een belangrijke rol zou krijgen?”

Anne denkt na. “Misschien vooral een beetje gehoopt, ja. Maar het is ook oké om samen met Max een beer te zijn. Misschien ook wel lekker makkelijk, hoeven we alleen maar een pak aan.”

“Maar ik zorg er natuurlijk voor dat jullie namen bij de aftiteling komen te staan. Dan word je toch een beetje bekend bij heel veel mensen die de film gaan kijken. Hoe wil je dat de beren heten en welke naam van jullie mag ik eronder zetten?”

Ik geef door dat ik graag ‘Beer Brutus’ wil heten, gespeeld door ‘Max, de ontembare’.

“En jij, Anne?” vraagt Lana.

“Ik wil graag ‘Lady Bear’ heten, gespeeld door ‘Anne Double Diva’”, giechelt Anne.

Misschien kan Anne als ze zelf in groep 8 zit wel een hoofdrol spelen in een film, of in de musical. Ik vind het prima hoor, zo’n bijrolletje. Heb er nu wel zin in!

 

Dit verhaal is ingesproken door Hubert Bruls, de burgemeester van gemeente Nijmegen. Dankuwel burgemeester Bruls!