Leestijd: 10 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

Ik zit aan de keukentafel, samen met mama. Van mama moet ik altijd tussen 9 uur ‘s ochtends en de lunch sommen maken of een dictee. Dat vind ik echt oersaai. Mama neemt dat thuisjuffen wel heel serieus. Ik heb nog nooit zo’n stomme juf gehad en weet je waar ik al helemaal een hekel aan heb? Rekensommen maken op Gynzy. Gynzy is een computerprogramma waar je allemaal sommen op kan maken of iets met woordjes op kan doen. Ik wil gewoon filmpjes maken of tekenen, dat is immers veel leuker. Mama gaat altijd aan de keukentafel zitten als ik aan de slag ga. Ze doet dat, zegt ze, om er te zijn als ik een vraag heb. Maar volgens mij wil ze mij stiekem controleren.

Mama zit naar de krant te staren en ik doe net of ik rekensommen maak, maar stiekem ben ik aan het doodlen. Doodlen is kleine tekeningetjes maken. Het grappige daarvan is bijvoorbeeld dat je van een paar makkelijke strepen al een bloem kunt maken. Ik vind dat ik best goed kan doodlen. Ik kijk eens goed naar mama. Misschien kan ik haar wel doodlen. Ik moet van binnen heel hard lachen, maar lach niet hardop, want dan ziet ze dat ik iets anders aan het doen ben. Mama heeft nooit iets in de gaten als ze de krant leest. Dat is wel handig én grappig. Je kunt haar dan alles vragen, bijvoorbeeld: “Mag ik een snoepje?” Het antwoord is altijd “hmm”.

Terwijl ik over mijn papier heen kras, kijk ik nog eens goed naar mama. Zie ik dat nou goed? Mama lijkt steeds meer op oma! Blijkbaar begint dat boven op je hoofd. Overal zie ik grijze haren uit haar kruin pieken. Hoe gaat dat eigenlijk, oma worden? Ik weet wel dat als je ouder wordt, je grijze haren krijgt en rimpels. Maar mijn eigen oma heeft al een wandelstok. Zou mama die ook al bijna krijgen? Ik stop even met tekenen en doe net of ik aan de rekensommen zit, “Mam! Mama!” zeg ik met luide stem. Mama kijkt niet op en zegt: “Hmmmmm.” “MAMA! Ik wil iets vragen, en nu?” schreeuw ik. Verschrikt kijkt mama op. “Wat is er, Anne?” vraagt ze. “Mama, wanneer werd oma een oma?” vraag ik. Mama begint hard te lachen. “Dat weet je toch wel, Anne. Oma werd oma toen jij geboren werd”, zegt ze. “Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel, wanneer kreeg ze grijze haren en rimpels?” vraag ik. Mama buldert nu van het lachen. “Nou Anne, net zoals ik, toen oma 40 jaar was, kreeg ze haar eerste grijze haren en dat werden er steeds meer. En hoe ouder je wordt, hoe meer rimpels je krijgt”, legt mama uit. “Waarom wil je dat weten?” vraagt mama. “Ooh niks, dat is voor een rekensom”, verzin ik. “Wat een rare rekensom”, zegt mama en gaat weer verder haar krant lezen.

Mama laat haar haar altijd verven bij de kapper, daarom is het me nooit opgevallen dat ze zo grijs is. Nu kan ze natuurlijk niet meer naar de kapper vanwege corona, dus valt het extra op. Ik hoor mama er ook altijd over klagen als ze met haar eigen vriendinnen aan de telefoon zit. Mama kijkt ook heel vaak in de spiegel en bekijkt dan haar kruin en trekt haar wangen strak naar de zijkanten. Ze denkt dat ze daar mooier van wordt, maar ik vind het geen gezicht. Rimpels zijn best mooi.

Ik kijk nog eens goed naar het gezicht van mama. Weet je wat? Ik ga mama niet doodlen, maar ik ga een mooie potrettekening van haar maken. Dan zal ze straks vast heel blij zijn. Eens even kijken, ik begin bij de vorm van haar gezicht en de oren. Dan maak ik de ogen. Wist je dat ogen precies in het midden van je gezicht zitten? Dat heb ik geleerd met tekenen op school. Rond de ogen van mama zitten wel een paar streepjes aan de zijkant. Oma heeft streepjes door haar hele gezicht, maar mama alleen tussen haar ogen, naast haar ogen en bij haar mondhoeken. Zou mama weten dat ze daar rimpels heeft? Ik durf het niet te vragen, straks wordt ze nog onzeker en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Ik moet het al helemaal niet vragen als papa en Max in de buurt zijn, want die maken de hele dag al grapjes over het haar en de rimpels van mama.

Op dat moment kijkt mama op en zoekt met haar ogen en hand naar haar kop koffie. Mama ziet mij ijverig bezig zijn in een schriftje en denkt dat ik rekensommen aan het maken ben. “Hoe gaat het, Anne?” vraagt mama. Oké, misschien is nu het moment daar. Papa en Max zijn niet in de buurt, dus ik vraag het gewoon. “Mama, weet je dat je rimpels hebt bij je mond en ogen?” Mama moet heel hard lachen. “Ja, natuurlijk weet ik dat. Dat zie ik elke dag in de spiegel!” zegt mama gespeeld verdrietig. “Vind je dat dan erg?” vraag ik. “Ach, welnee! Het hoort erbij. Al zou ik wel heel erg graag weer naar de kapper willen. Dat haar kan echt niet meer.”

Mama is altijd veel met haar uiterlijk bezig. Ikzelf vind nagellak wel leuk, maar mama smeert ook van alles op haar gezicht. Laatst schrok ik echt heel hard. Ik dacht namelijk dat er een spook in de badkamer stond. Ik was op mijn kamer aan het spelen en toen moest ik heel nodig plassen, dus rende ik naar de badkamer. Toen ik de deur opendeed, stond daar iemand met een wit gezicht, het enige wat ik nog kon zien waren de ogen. Ik moest heel hard gillen en het witte gezicht begon zo hard te lachen dat er allemaal kreukels in kwamen. Toen pas zag ik dat het mama was die daar stond. Ze had een masker opgedaan. Nou, ik snap niet dat je jezelf zo wit maakt, het heeft toch geen zin en is ook nog eens heel eng.

 “Mama, ik moet naar de wc”, zeg ik. “Dat is helemaal goed. Ga maar!” zegt mijn moeder, terwijl ze niet opkijkt uit haar krant. Dit is het moment om de kleurtjes uit de kast te pakken en naast me op een stoel te zetten, zodat mama het niet ziet. Nu kan ik het portret ook meer kleur geven. Mama heeft blauw met groene ogen en roze lippen. Ze draagt kleine gouden oorbelletjes. Ik vind het raar dat je geen gouden potloden hebt en pak daarom geel en bruin en mix het, zodat het net goud lijkt. Mama draagt een witte blouse en ik teken de kraag daarvan. En omdat ze haar haar altijd vast heeft, maak ik een mooi knotje op haar hoofd. Dan pak ik natuurlijk het grijze potlood en begin driftig het haar grijs te kleuren. Ja, zo klopt-ie!

“Mama, ik heb iets voor je gemaakt”, zeg ik heel tevreden. Mijn moeder kijkt op, “Oh ja? Wat dan?” vraagt ze. “Oké, daar komt-ie dan hè!” roep ik, terwijl ik de portrettekening naar voren tover. Op dat moment komen Max en papa net binnen. Ze zien de tekenig en beginnen heel hard te lachen. Mama kijkt verschrikt. “Ik lijk op oma!” roept ze verbaasd. “Ja, je lijkt op oma!” lachen Max en papa in koor.

Als mama mij ’s avonds naar bed brengt, fluistert ze in mijn oor “Ik vond het een hele mooie tekening, Anne. Maar ik voel me nu wel een beetje oud.” Ik snap het niet helemaal en vraag “Maar waarom vind je het dan zo erg om oud te zijn?” “Nou Anne, oud zijn is niet erg, maar op oma lijken dat wil ik nog niet.” “Maar mama, je lijkt echt niet op oma, hoor!” zeg ik en geef haar een knuffel. “Je bent lief, Anne”, antwoord mama, en ze geeft mij een knuffel terug.

De volgende dag ben ik mijn slaapkamer een beetje aan het opruimen en moet ik weer heel nodig plassen. Dus ik loop naar de badkamer. Ik schrik en begin te schreeuwen. Er staat een wezen met paars haar in de badkamer. Mijn moeder moet hard lachen. “Ik heb toch maar even wat haarverf gekocht en ben mijn haar nu aan het blonderen. In de hoop dat ik iets minder op oma lijk.” Ze knipoogt naar me. Ik snap niks van mijn moeder.