Leestijd: 11 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

 

De moeder van Lot is aan de telefoon met de opa van Lot.

“Ja, jeetje papa, wat erg. (…) Ik snap het. (…) Weet je het zeker? (…) Mmm, oké … Bel me maar als je er anders over denkt, oké?”

Ze hangt op. Dat klonk niet best.

“Opa is heel verdrietig Lot, zijn broer is vannacht overleden. En omdat opa zelf ziek is geweest, mag hij niet naar de uitvaart toe.”

Lot springt op uit haar stoel. “Maar dan kunnen Anne en ik toch naar opa toe om hem te troosten?”

Lot kijkt me hoopvol aan.

“Nou Lot, dat is dus lastig”, gaat mama verder. “Opa wil ons nu niet zien, want hij is bang dat hij dan extra verdrietig wordt. Want, zoals je weet, we mogen hem niet knuffelen. En elkaar wel zien, maar niet mogen knuffelen, dat vindt hij echt heel erg lastig.”

“Maar hoe kunnen we hem dan wél troosten?” vraagt Lot.

“Hij heeft het liefst dat je hem dan gewoon belt. En dat moeten we respecteren, ook al is dat niet leuk.”

Lot kennende laat ze het hier niet bij zitten. En eerlijk gezegd, als het mijn opa was geweest, zou ik dat ook moeilijk vinden.

“Anne, zullen we even naar mijn kamer gaan?” vraagt Lot.

“Tuurlijk.” En we lopen samen naar boven.

“Wat kunnen we doen om opa écht te troosten, Anne? Want alleen maar bellen vind ik een beetje lastig. Als ik dan hoor dat hij verdrietig is, kan ik daar eigenlijk niet zo goed tegen.”

Ik snap Lot wel. En ik snap ook wel dat de moeder van Lot haar eigen vader wil beschermen.

Misschien kunnen we iets anders verzinnen.

Ik bedenk me wat ik zelf heel graag zou willen krijgen als ik verdrietig ben.

“Lot, wat we ook kunnen doen,” antwoord ik, “is koekjes bakken! En die dan naar je opa brengen, terwijl we op afstand blijven.”

Wie houdt er nu niet van versgebakken koekjes vol met liefde?

Lot veert op.

“Ja, laten we dat gaan doen! Het kan vast geen kwaad als we even langsgaan, alleen maar om de koekjes af te geven, toch?”

Lot en ik duiken de keuken in. We bakken wel vaker samen koekjes, dus we weten precies waar alle bakspullen staan. De opa van Lot zal het toch niet erg vinden?

We bakken er flink op los. Ik denk dat we wel 80 koekjes hebben straks. We maken er letters van, waarmee je LOVE kunt maken. Ineens krijg ik een idee.

 

 

“Weet je, Lot, jouw opa kan vast geen 80 koekjes op. Waarom maken we niet heel veel setjes ‘LOVE’ en dan brengen we een setje naar jouw opa, maar ook naar allemaal vriendjes en vriendinnetjes uit de klas. Dan brengen we gewoon heel veel liefde rond. Vind je dat een goed idee?”

“Ja, geweldig, wat een goed idee Anne! Dan kunnen we naar Fien en Mohammed en Franka en Nicky en Derman en Thiago. Alhoewel, Thiago …”

Lot is al een paar maanden heel erg verliefd op Thiago, alleen ze durft het niet te zeggen. Dit zou natuurlijk wel een heel handig moment zijn om net te doen alsof je bij iedereen koekjes langsbrengt en ook bij hem LOVE gaat brengen. Maar of hij ook verliefd is op haar? Ik weet het eerlijk gezegd niet.

Als de moeder van Lot de keuken binnenloopt reageert ze enthousiast.

“Zo, dat zijn veel koekjes. En wat leuk, met die letters. Staat daar nu VOEL?”

Lot en ik moeten heel hard lachen. Oeps … je kunt de koekjes dus ook verkeerd lezen.

“En, gaan jullie die allemaal zelf opeten?” gaat de moeder van Lot verder.

“Nee, die gaan we rondbrengen naar onze klasgenootjes”, zegt Lot. “En jij krijgt het eerste setje liefde van ons.”

“Wat lief, meiden! Nou, ik weet zeker dat deze extra lekker zijn. Ik ga ze vanavond bij de koffie opeten, samen met papa. Een beetje liefde kan geen kwaad.”

We laten de koekjes eerst even afkoelen. Dan kunnen we ondertussen lekker knutselen aan een leuke verpakking.

“Vergeet je niet opa vandaag even te bellen, Lot?” vraagt haar moeder.

“Ja, is goed, mama.” Ik zie dat Lots gezicht rood begint te kleuren. Ik hoop niet dat haar moeder dat gezien heeft.

Na de lunch pakken we de koekjes in, 20 setjes maar liefst. Daarna springen we op onze fiets.

“Oké, waar gaan we beginnen?” vraag ik.

Eerst langs Fien, die woont om de hoek.

We bellen aan bij het huis van Fien, op nummer 22.

De vader van Fien doet open.

“Dag dames, waar hebben wij dit bezoek aan te danken?”

“We hebben een kadootje voor Fien, omdat we haar zo missen. Dus we komen een beetje liefde brengen!”

“Hé, Anne en Lot!” Fien komt achter haar vader vandaan. “Wat megaleuk om jullie weer te zien!”

We geven haar de koekjes en we kletsen in een rap tempo helemaal bij met Fien. Supergezellig, maar we moeten door, anders zijn we vanavond nog niet klaar.

“Nou, doeeeeiiii”, roept Fien ons na, met een grote glimlach op haar gezicht. We hebben iemand heel erg blij gemaakt, dat geeft een goed gevoel zeg.

Nadat we bij nog twee andere klasgenootjes zijn geweest, komen we bij het huis van Thiago.

Lot gaat steeds langzamer fietsen.

“Ik weet het niet hoor”, zegt Lot. “Misschien moeten we zijn huis gewoon overslaan. Straks denkt hij dat ik verliefd op hem ben.”

“Dat ben je toch ook? En wat maakt het uit, we komen toch met z’n tweeën en we kunnen ook zeggen dat we dit bij al onze klasgenootjes langsbrengen. Dan zal hij er toch niks van denken?”

Lot begint in de tas met koekjes te rommelen. Wat is ze toch aan het doen?

Als ze weer opkijkt, zegt ze: “Ik heb even een nieuw zakje voor Thiago gemaakt, kijk maar!”

Ze houdt een zakje omhoog met daarin drie letters: L.O.L.

Haha, LOL, ze heeft van twee zakjes de letters L, O en L bij elkaar gestopt. Wat slim! Nou, prima, dan brengen we toch geen liefde bij Thiago, maar lol. Ook leuk.

We bellen aan, Lot gaat een beetje achter mij staan.

“Hé, meiden, wat leuk. Hoe gaat het met jullie?”

Thiago doet de deur open in z’n zwembroek. Achter Thiago zie ik ook zijn vriendje Roy de gang in komen. Die zit ook bij ons in de klas.

Lot schraapt haar keel.

“Goed hoor! We hebben koekjes gebakken voor de hele klas. Dus ook voor jou. En we hebben voor iedereen het woordje LOL gebakken. Leuk toch?”

Ze geeft Thiago het zakje.

“Oh, nou, en Roy is toevallig ook hier, om te zwemmen in de tuin, dus je kunt hem meteen ook een zakje LOL geven. Dat is net zo handig, hoeven jullie niet meer naar zijn huis toe.”

Nu schiet Lot in de stress. Ze begint heel onhandig in de tas te rommelen.

Zodra Roy dichterbij staat, geeft ze hem een zakje met de letters V.E.O.V.E.

“Hè,” zegt Roy, “dit is toch geen lol? Ik kan hier echt geen woord van maken, hoor. Nou, ja, boeie. Ik heb lekker wél vijf koekjes!”

Thiago kijkt een beetje vreemd naar ons, bedankt ons nog een keer voor de koekjes en doet de deur weer dicht.

“Oh, ik hoop maar niet dat ze koekjes bij elkaar gaan leggen en er 2 keer LOVE van maken. Snel wegfietsen, Anne”, zegt Lot.

Ik moet stiekem wel een beetje lachen. Dit is wel heel erg pech hebben voor Lot.

Na nog een paar kinderen blij te hebben gemaakt met koekjes, fietsen we de straat van de opa van Lot in.

We hoeven ons niet af te vragen of hij wel thuis is, want bijna iedereen is in deze tijd gewoon thuis. En de opa van Lot al helemaal, want hij is pas ziek geweest.

We bellen aan.

Het duurt wel een tijdje voordat we gestommel in de gang horen.

De deur gaat op een heel klein kiertje. De opa van Lot is heel voorzichtig.

“Lot, ben jij dat?” vraagt hij.

“Ja, opa”, zegt Lot. “Anne en ik hebben koekjes voor jou gebakken om je te troosten. Ik weet dat je tegen mama hebt gezegd dat je liever wilde dat ik zou bellen, maar ik kan je de koekjes niet via de telefoon geven, dus … euhhh …”

“Nou, dat snap ik wel,” lacht hij, “en eerlijk gezegd ben ik heel blij dat je gekomen bent, Lot. Ik dacht dat ik het heel moeilijk zou vinden om je alleen op afstand te zien, maar het valt me eigenlijk best mee. Veel leuker om je in het echt te zien, in plaats van via de telefoon of het scherm.”

We fietsen allebei helemaal blij terug naar het huis van Lot.

Wat geeft dat een fijn gevoel, als je andere mensen blij kunt maken.

Gelukkig hebben we nog wat zakjes over, dus kan ik mijn ouders en Max ook nog wat liefde brengen. En natúúrlijk moeten we onszelf ook nog wat liefde geven. Mjam!

Dit verhaal is ingesproken door Daphne Beurskens van RN7. Dankjewel Daphne!