Leestijd: 18 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Dirkje van der Ven

Of lees het hier zelf:

Ik ben nog nooit zo vrolijk wakker geworden als vandaag! Snel trek ik de kleren aan die ik gisteravond met mama klaargelegd heb en haal mijn rugzakje uit mijn kast. Jeetje, wat is dat ding stoffig geworden in de afgelopen maanden. Ik gooi mijn meester Patrick-schriftje in de tas, samen met het spelletje en de tube glittergel die ik een paar weken geleden voor mijn verjaardag via de post van mijn maffe oom Piet gekregen heb. Waarom hij mij glittergel gaf snap ik nog steeds niet. Hij vindt alles dat glittert of meisjesachtig is namelijk vre-se-lijk. Via FaceTime deed hij er nogal geheimzinnig over en zei hij dat de glittergel een serieuzere bedoeling had. En dat hij er een briefje bij had gedaan om het uit te leggen. Ik heb hem beloofd dat ik er meteen na het videobellen naar zou kijken, maar stiekem ben ik dat vergeten, omdat ik liever het spelletje uitprobeerde samen met Max. Oeps!

Zodra ik mijn ontbijt op heb, ren ik snel de deur uit. Eindelijk mag ik weer naar Lot! Laatst nog zei de minister-president dat we weer samen buiten mochten spelen. En nu we weten dat papa geen corona meer heeft, mag het van papa en mama ook weer. Het blijft een gek idee, dat corona bij ons binnen is geweest, terwijl we allemaal niet naar buiten mochten. Eigenlijk snap ik ook niet zo goed wat het nu eigenlijk is, dat coronavirus. En ik snap al helemaal niet waarom ik zelf niet naar buiten mocht. Ik ben zelf toch helemaal niet ziek geweest?

Mama rent me nog even achterna: “Let op dat je vaak je handen wast! Raak zo min mogelijk dingen aan! En anderhalve meter, Anne!”. “Jahaaaa”, roep ik, terwijl ik alweer twee huizen verder ben. Inmiddels weet ik het wel. Regelmatig je handen wassen, hoesten en niezen in je elleboog, en natuurlijk anderhalve meter afstand houden. Maar niet van Lot, want kinderen mogen wel weer met elkaar spelen van de minister-president. Ik kan niet wachten tot ik haar weer mag knuffelen! Logeren mag niet, omdat we nog niet naar binnen mogen, maar van samen buiten spelen word ik al heeeeeel blij.

Voor Lot is het al iets normaler om met andere kinderen te spelen, zij mocht de hele coronatijd al naar de opvang. De ouders van Lot werken namelijk allebei in het ziekenhuis, dus zij konden écht niet thuis werken en voor juf of meester spelen. Stiekem ben ik daar wel een beetje jaloers op. Lot mocht gewoon met andere kinderen spelen. En ze had een normale juf! Wat ben ik blij dat mama mij binnenkort geen dictees meer geeft. Als zij het uitlegt snap ik er helemaal niets van. Toch zei Lot op FaceTime dat ze ook niet kon wachten tot ze weer naar school mocht. De andere kinderen op de opvang zijn allemaal niet van onze leeftijd. En het zijn bijna allemaal jongens, bah. Bovendien vond ze haar tijdelijke juf láng niet zo leuk als onze meester Patrick.

Inmiddels sta ik bij Lot voor de deur. Vóór corona belde ik altijd gewoon aan, maar ineens bedenk ik dat we hadden afgesproken dat ik via het hek de tuin in zou lopen. Dan raak ik zo min mogelijk dingen aan én hoef ik niet naar binnen. Vet slim vonden we dat van onszelf. Wat zal mama trots op ons zijn. Ik duw met mijn elleboog het hek open en wandel de tuin in. De tuin van Lot is altijd al één van mijn favoriete plekjes geweest. Een trampoline, een glijbaan en zelfs een boomhut! Lot heeft écht alles. Ineens hoor ik een oorverdovend gegil achter me en een paar seconden later hangt er iemand om mijn nek.

Ik schrik me een hoedje. “Anderhalve meter, Anne!” hoor ik mijn moeder nog zeggen in mijn hoofd. En dit is echt geen anderhalve meter hoor. Sterker nog: dichterbij kán bijna niet. En dan weet ik het ineens: het is Lot! En met Lot mag het weer! Ik draai me snel om en geef haar een enorm dikke knuffel. “En nu laat ik je nooit meer los!” roept Lot. Daar ben ik het volledig mee eens. “Vanaf nu zijn we een Siamese tweeling!” roep ik terug.

Dan hoor ik ineens een hard, blaffend geluid dat steeds dichterbij komt. “Kees!” Oooh wat is Kees toch schattig. Zodra hij ziet dat ik het ben, stopt hij met blaffen en komt hij naar me toe om met me te knuffelen. “Wat heb ik jou gemist!” zeg ik tegen Kees. “En jij mij ook zo te voelen!” zeg ik terwijl hij mijn handen likt. Lot moet hard lachen. “Kees, wat ben je toch een slijmbal.”

Lot en ik besluiten dat we gaan spelen in de boomhut. Tijd voor make-overs! Onze favoriete bezigheid. Dan kunnen we daarna samen TikToks maken met onze nieuwe look. Ik haal de glittergel uit mijn tasje, Lot haalt haar doos met verkleedkleren en make-overspullen tevoorschijn en we gaan helemaal los. Het liefst verkleden we ons als onze idolen. Lots haar doen we in een strakke, hoge staart. Zo lijkt ze net Ariana Grande! Nu de kattenoortjes nog, maar die knutselen we straks wel. Ik ga voor Davina Michelle, dus ik laat mijn lange blonde haren los, maar trek wel een legerprint topje aan. Lot doet eyeliner bij me op. “Hmm … nog even oefenen. Hij is niet op allebei de ogen helemaal hetzelfde”. Ik kijk in de spiegel en schiet keihard in de lach. “Het lijkt wel alsof ik scheel kijk!” Even oefenen kan inderdaad geen kwaad, maar we hebben geen make-upremover mee de boomhut in genomen, dus we laten het maar zo. Tijd voor fase 2: glitter!

Intussen horen we de moeder van Lot al voor de derde keer vragen of we komen lunchen. “Meiden, komen jullie nog? Het duurt wel érg lang.” Lot en ik kijken elkaar aan en alsof we een échte Siamese tweeling zijn beginnen we tegelijkertijd keihard te zingen. “Het duurt te lang, ik sta hier al een tijdje, en we moeten door dus voor de laatste keer het spijt me, het duurt te lang. Woohooooooooooooooooooooooooo.” En dáárom zijn we dus BFF’s. We denken altijd precies hetzelfde en we zijn gek op zingen. Ik weet al wat we ná de lunch doen: The Voice. Nu nog juryleden en draaiende stoelen regelen. Misschien wil Kees wel jury spelen, of de moeder van Lot.

De moeder van Lot schiet in de lach. “Stelletje mafkezen”, roept ze. “Komen jullie nu dan eindelijk mee lunchen?” We stoppen onze spulletjes weer terug in de make-overdoos en klimmen uit de boomhut naar beneden. De glittergel houd ik nog even apart. Die hadden we nog niet gebruikt, en die moet ik straks niet vergeten mee terug naar huis te nemen voor het geval mijn gekke ome Piet er een keer naar vraagt. Ik vraag me nog steeds af wat hij nou bedoelde met de ‘serieuze’ bedoeling van glittergel. Wat kan er nou serieus zijn aan glitter?

We gaan – netjes op anderhalve meter afstand – aan de tuintafel zitten en ik leg de tube naast mijn bordje. Tijdens de lunch breek ik soms stiekem een klein stukje brood af. Die houd ik dan onder de tafel, zodat Kees ook een beetje mee kan eten. “Geen wonder dat Kees zo dol op jou is”, fluistert Lot. We giechelen allebei een beetje, en de moeder van Lot kijkt ons vragend aan. “Eet je papa niet mee?” vraag ik. “Nee, papa werkt op de IC, dus die heeft het suuuuuuuuuperdruk!”. “Maar jij werkt toch ook in het ziekenhuis, ben jij dan niet druk?” vraag ik aan de moeder van Lot.

“Nee hoor, vandaag ben ik vrij! Ik werk op de kinderafdeling, en omdat kinderen bijna geen corona krijgen hebben wij het als kinderartsen niet éxtra druk.” Oh ja, dat is waar ook. Dat zei minister-president Rutte laatst nog op televisie. Daarom mocht ik vandaag weer met Lot spelen! Toch snap ik het niet goed, dat virus. “Maar als kinderen het virus niet kunnen krijgen, waarom moeten we dan toch onze handen wassen en anderhalve meter afstand houden? Papa en mama zijn daar superstreng op. Dat vind ik zó stom. Corona is wel bij papa geweest, maar ik ben toch niet ziek?”

De moeder van Lot lacht alweer. “Zo stom is dat nog niet hoor, van jouw papa en mama. Weten jullie wat een virus is?” “Ik heb wel eens een virus gehad!” roept Lot. “Dan word je toch gewoon ziek, maar daarna word je weer beter?” “Dat klopt, met een gewoon virus worden de meeste mensen redelijk snel beter”, zegt de moeder van Lot. “Het coronavirus is voor kwetsbare groepen zoals bijvoorbeeld oude mensen wat gevaarlijker, daarom zijn we met z’n allen zo voorzichtig. Maar weten jullie ook hoe je een virus krijgt?” Lot en ik schudden tegelijk nee. Het zal wel iets te maken hebben met te dichtbij elkaar staan en handen wassen, maar meer dan dat weet ik echt niet.

Ineens wijst ze naar de glittergel die nog steeds naast mijn bordje ligt. “Weet je dat we die sinds kort gebruiken om aan kinderen uit te leggen hoe het virus werkt?” Huh? denk ik. Dat is wel een beetje gek. “Glittergel? Wat heeft dat nou weer met een virus te maken?”, vraagt Lot. “Nou,” begint de moeder van Lot, “laten we een experimentje doen. Pak allebei eens wat glittergel in je handen, en ga dan gewoon weer spelen alsof er niks aan de hand is. Kom over een uurtje of twee maar terug, dan vertel ik jullie wat glitters met virussen te maken hebben.” Zo gezegd, zo gedaan. We zijn allebei supernieuwsgierig en zeuren nog even of ze het niet meteen wil uitleggen, maar na de derde nee gaan Lot en ik weer verder waar we gebleven waren. Mét glittergelhanden.

Tijd voor The Voice. Een draaiende stoel kunnen we zo snel niet vinden, dus we hebben een rode en een groene bal neergelegd en besluiten Kees er na ieder optreden tussenin te zetten. Als hij naar de groene bal loopt gaan we door naar de volgende ronde, bij de rode bal moeten we het opnieuw proberen. Voor de microfoons pakken we allebei een pingpongbatje, en de trampoline is ons podium. Nu nog muziek. “Ik heb boven wel een speaker! Daar kunnen we de iPad wel aan koppelen”, roept Lot. Ze rent naar haar kamer om de speaker te halen, en ik ga snel even naar de wc. Die is natuurlijk wel binnen, maar de moeder van Lot is toch even naar de winkel, dus het is vast niet erg.

Als Lot de speaker aangesloten heeft, zingen we samen de sterren van de hemel. Ál onze favoriete nummers komen voorbij, en de leukste pogingen zetten we op TikTok. Kees is wel een erg streng jurylid, maar na vaak optreden (én een paar koekjes verstopt onder de groene bal, shhh) weten we toch de finale te bereiken én te winnen. We besluiten onze eigen trofee te knutselen. De moeder van Lot is inmiddels terug van de supermarkt. “Mam, mogen we de knutselspullen pakken om een trofee te maken?” vraagt Lot. “Ja hoor,” zegt ze, “pak ze maar uit de kast.”

Lot zet de knutselkist op de tuintafel en ineens zie ik daar weer de tube liggen, precies waar we hem hadden achtergelaten. “Oh ja, de glittergel!” zeg ik. Lot en ik kijken elkaar aan en denken weer precies hetzelfde: nu móeten we het weten. “Maaaaam!” roept Lot naar binnen, “het is al meer dan twee uur later!” De moeder van Lot komt bij ons aan de tuintafel zitten en Lot en ik gaan in onze luisterstand. Dat doen we ook altijd als meester Patrick ons een verhaaltje gaat vertellen. Dan gaan we allebei met onze ellebogen op tafel zitten, met ons hoofd tussen onze handen. We zijn er klaar voor. “Vertel nou!” roept Lot ongeduldig.

“Jullie wisten al dat een virus je ziek maakt, toch?” Lot en ik knikken. “Eigenlijk bestaat een virus uit een heeeele grote groep monstertjes, die allemaal een stukje virus bij zich dragen in een rugzakje. Als iemand het virus heeft, draagt diegene een hoop van dat soort monstertjes bij zich. Die virusmonstertjes vinden het leuk om bij veel verschillende mensen langs te gaan. De meeste mensen waar ze langsgaan worden ook ziek en dragen vervolgens zelf ook weer een hoop virusmonstertjes bij zich.” Bah, wat klinkt dat vies, virusmonstertjes. “Maar wat heeft dat nou weer met glitter te maken? En hoe komen de virusmonstertjes nu weer bij iemand anders? Ik heb ze nog nooit gezien. En papa heeft nog wel het coronavirus gehad, dus dan had ik ze zéker wel gezien.”

“Dat is dus het probleem!” legt de moeder van Lot uit. “Die virusmonstertjes zijn allemaal onzichtbaar. Maar stel nu dat de virusmonstertjes eruit zien als glitter, en jouw papa niest een keer héél hard.” “Niest mijn vader dan glitter????” Lot en ik komen niet meer bij van het lachen. Wat een hilarisch gezicht zou dat zijn. “Jazeker! En die glitters komen vervolgens overal terecht in de vorm van een soort glittergel.” Aha, nu gaat het eindelijk over glittergel. “En stel nu dat jouw papa met zijn handen vol glittergel de deurklink van de wc vastpakt, en jij gaat daarna ook naar de wc?” “Dan zitten er ook glitters op jouw handen!” roept Lot enthousiast. De moeder van Lot knikt. “Net zoals twee uur geleden, toen ik jullie vroeg om glittergel op je handen te doen. En maak nu eens een rondje door het huis en de tuin, om te kijken waar overal glitter zit!” Lot gaat op onderzoek uit in het huis, en ik neem de tuin voor mijn rekening. Nu ik erop let zie ik óveral glitter. Zelfs Kees zit er helemaal onder! Lot komt tot dezelfde conclusie. “De helft van de deurklinken zit onder de glitter! En de kast! En mijn speaker!” Terug aan de tuintafel houdt de moeder van Lot haar handen omhoog om ze te laten zien. Ja hoor, ook haar handen zitten vol glitter. En ik weet zéker dat ze de tube glittergel niet aangeraakt heeft. “Snappen jullie waar ik naartoe wil?”, vraagt ze. Lot en ik knikken hevig en de moeder van Lot loopt met een glimlach op haar gezicht weer naar binnen.

Nu bedenk ik me ineens wat er op dat briefje van mijn maffe ome Piet gestaan moet hebben. Logisch, hij doet voor zijn werk iets met lessen maken voor kinderen, over gezondheid. Dat heeft mama me weleens verteld. Zó komt het virus dus bij iemand anders terecht. Gelukkig is het nu maar glitter. En gelukkig waren papa en mama slim genoeg om mij binnen te houden toen ik nog échte virusmonstertjes aan mijn handen had. Opgelucht gaan Lot en ik weer verder met onze laatste popsterren activiteit voordat ik weer naar huis moet: de fotoshoot! Maar niet voordat we de glitter van onze handen en alles wat we aangeraakt hebben af hebben gewassen, want die glitter vind ik na dit verhaal toch wel een beetje vies.

Als ik thuis kom,  plof ik neer op mijn zitzak. Wat een heerlijke middag, ik kan niet wachten om Lot weer te zien! Maar die glittergel, die laat ik voorlopig maar even in de kast liggen. Bedankt ome Piet …