Leestijd: 13 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

“Kijk eens Max, er komen al kleine blaadjes boven de grond uit!” Mama klinkt erg opgewonden.

Als ik naar haar toeloop, zie ik wat ze bedoelt. Inderdaad. Drie dagen geleden ging ik met mama mee naar haar nieuwe moestuin en toen hebben we zaadjes van de tuinkers in de grond gestopt. We hebben geprobeerd om de letters van mijn naam te zaaien, zodat je die straks kunt lezen in tuinkers-letters. Grappig toch?

Toen corona net was begonnen, is mijn moeder met een moestuin gestart. “Ik heb nu toch veel tijd”, zei ze.

Op zich best leuk hoor, die moestuin. Hij is bij ons in de straat, dus we lopen er zo naartoe.

We zijn begonnen met zonnebloempitten. Die hebben we een tijdje geleden van vrienden van mijn ouders gekregen en mama zei dat het leuk was om die als eerste in de grond te stoppen. We hebben de zaadjes over de hele lengte van de tuin geplant, zodat je straks een lange rij zonnebloemen krijgt.

 “Als je goed kijkt, kun je al een beetje zien dat er ‘Max’ komt te staan”, gaat mama verder. Dat is inderdaad wel grappig. Zo kun je dus hele zinnen maken met tuinkers.

Mama lijkt wel verliefd, ze wil zo ongeveer iedere dag naar de tuin toe en als ze dan terugkomt heeft ze hele verhalen over wat er allemaal gegroeid is, wat ze gezaaid heeft en welke groenten we binnenkort allemaal kunnen gaan eten uit haar tuin. Ik vind het allemaal wel een beetje overdreven eerlijk gezegd. Mijn moeder heeft heel vaak dat ze bijvoorbeeld een nieuwe hobby heeft en dan alleen nog maar dáárover praat. En dan ineens hoor je haar er nooit meer over. Zal misschien ook wel zo met de moestuin gaan.

“En kijk eens naar de beginnende zonnebloemen, Max”, roept ze enthousiast. “Jij hebt gewoon van bijna niets, iets gemaakt. Is dat niet geweldig?”

Nou, geweldig, denk ik. Kunnen we nu weer terug naar huis om te spelen?

We lopen samen terug naar huis en mama praat nog honderduit over hoe leuk ze het vindt dat ik steeds meega. Eerlijk gezegd heb ik niet zo’n zin om iedere keer mee te gaan, dus ik moet even nadenken over smoesjes die ik daarvoor kan gaan gebruiken.

Als ze de volgende dag natuurlijk even wil gaan kijken of er nog gesproeid moet worden, want het is inderdaad best lang warm weer, zeg ik dat ik een beetje moe ben en liever thuisblijf om even te chillen.

“Prima hoor, dan ga ik even alleen.”

Nou, dat ging best makkelijk. Tijdens het chillen loop ik naar de koelkast, ik krijg best trek. Daar liggen radijsjes, lekker, en ik pak er een paar.

Als ik ze op heb, bedenk ik me dat dit radijsjes uit de tuin zijn. Hmm, heeft mama toch best gelijk dat het leuk is om iets te eten wat je zelf hebt gemaakt.

Maar een reep chocola gaat er ook gewoon in hoor!

Als ze na een uur weer thuiskomt, vraagt ze of ik nog steeds moe ben. “Gaat wel,” zeg ik, en ik speel verder met m’n Rubiks kubus. Ik snap niet dat papa deze steeds kan oplossen, dat wil ik echt heel graag leren. Ziet er altijd wel interessant uit hoe hij dat doet.

“Als ik morgen terugga naar de tuin, Max, dan moet je echt wel even mee. Ik sprak namelijk net de buurman bij de tuin en hij is al een beetje oud. Hij zou best wat hulp kunnen gebruiken van een sterke jongeman en ik moest natuurlijk aan jou denken. Lijkt me een prima plan als je hem een beetje helpt met schoffelen en onkruid wieden.”

Nou, lekker dan, denk ik bij mezelf. Had ze dat niet even kunnen overleggen?

De volgende ochtend staat mama alweer klaar met haar laarzen en nieuwe plantjes voor in de tuin.

“Kom je, Max?”

Ik trek mijn laarzen aan, neem mijn tuinhandschoenen mee en we gaan op pad. Mama heeft speciaal voor mij nieuwe laarzen en tuinhandschoenen gekocht. Voor háár nieuwe hobby.

Zodra we bij de tuin aankomen, staat de buurman al te zwaaien.

“Dag Max, wat leuk dat je bent meegekomen. Ik begreep al van je moeder dat je ontzettend goed kunt helpen. Daar ben ik heel erg blij mee, want ik ben soms al een beetje te oud voor deze tuin. En ik beloof je, je krijgt later deze week een beloning van me, als ik vind dat je me goed hebt geholpen. Ik vertel nog niet wat het is, dat blijft nog even een verrassing.”

Oké, misschien is het toch niet zo heel erg om mee te helpen. Ik ben dol op verrassingen.

“Laten we beginnen met schoffelen,” zegt de buurman, “dan kun je er even flink wat onkruid uithalen.”

Ik loop naar het schuurtje van de buurman toe om de schoffel te gaan zoeken. Zodra ik de deur opendoe, zie ik iets bewegen in de hoek van de schuur. Wat is dat?

Als ik dichterbij komt, schrik ik een beetje. Waarom zou de buurman dit in het schuurtje hebben, dat kan toch niet zomaar?

“Max, kun je het vinden?” roept de buurman van buiten.

“Ja, ik kom eraan”, zeg ik. Ik probeer te doen alsof ik niks gezien heb.

Zou iemand anders hiervan afweten? Of zou de vrouw van de buurman weten dat hij dit in zijn schuurtje heeft?

Ik besluit dat ik er maar niks over zeg. Ik kan maar beter doen of ik van niks weet.

Na een uurtje schoffelen ben ik er wel een beetje klaar mee. De buurman vindt het goed dat ik stop en bedankt me heel erg voor het helpen.

“Aan het eind van deze week krijg je de beloning Max, beloofd!”

Ik loop met mijn moeder terug naar huis. Zal ik het zeggen of niet? Ik besluit dat ik nog maar even mijn mond dicht hou. Ik hou helemaal niet van geheimen.

Thuis vraagt Anne: “En, was het weer leuk in de tuin, Max? Wat lief dat je die buurman helpt. Mama vertelde het me.”

“Ja, was leuk”, zeg ik. Zal ik het aan Anne vertellen?

“Anne,” zeg ik twijfelend, “ik wil je eigenlijk wel iets laten zien in het schuurtje van die buurman. Wil je straks even met mij naar de tuin als mama er niet bij is?”

Ik zie dat Anne heel erg nieuwsgierig wordt. Zij is altijd dol op geheimen. “Ja, is goed”, fluistert ze. “Je maakt me wel nieuwsgierig. Kun je me niet gewoon vertellen wat er is?”

“Nee, dit moet je echt met je eigen ogen zien, hoor”, zeg ik. Ik moet dit geheim van de buurman met haar delen, want anders word ik helemaal gek.

Na een tijdje gaat mama even weg om boodschappen te doen. Dit is het moment.

“Kom Anne, laten we gaan.”

Zodra we bij de tuin komen, pak ik de sleutel onder de steen vandaan. Ik heb gezien dat de buurman hem daar altijd neerlegt, lekker handig dus.

“Niet schrikken hoor”, fluister ik naar Anne.

Zodra de deur opengaat, horen we zacht geluid. “Miauwwww”, roepen de drie poesjes in de hoek. “Een nestje met poesjes!” gilt Anne.

“Ssssttt,” roep ik, “niet zo hard.”

“Maar dat is superleuk. Mag je met ze spelen van de buurman?”

“De buurman weet helemaal niet dat ik het weet. Maar het is toch niet normaal om die poesjes helemaal alleen in het schuurtje te laten?” vraag ik aan Anne.

“Dan moeten we het aan mama vertellen. Dan kan zij beslissen of we er iets mee moeten doen”, zegt Anne. “En in de tussentijd kunnen wij gewoon lekker met die snoezelige poezelige poesjes spelen en knuffelen. Wat een schatjes.”

Ik word toch een beetje onrustig. We zijn stiekem naar het schuurtje toegegaan, de buurman weet niet dat we hier zijn en mama ook niet. “Ik denk dat we beter weer kunnen gaan.”

“Nee, nog heel even”, smeekt Anne. “Misschien zijn ze de volgende keer wel weg.”

Na nog even geknuffeld te hebben, doen we de deur snel dicht, leggen we de sleutel weer op z’n plek en gaan we snel weer naar huis.

De volgende middag staat mama weer klaar om naar de tuin te gaan. Ze vraagt niet eens of ik meega.

“Mam, mogen Anne en ik ook mee, om de buurman te helpen?”

Mama kijkt verbaasd. “Hoor ik dat nu goed? Willen jullie uit jezelf mee naar de tuin? Haha, ik wist wel dat jullie het ook leuk zouden gaan vinden.”

Anne en ik trekken snel onze laarzen aan en we lopen met mama mee naar de tuin.

“Dag buurman. Mijn zus Anne wil ook heel graag helpen, dus heb ik haar meegenomen”, lieg ik.

“Wat fijn, nu weet ik zeker dat ik aan het einde van de dag geen onkruid meer in mijn tuin heb.”

Anne en ik lopen vlug naar het schuurtje toe, we kunnen niet wachten.

Maar als we binnenlopen zien we de poesjes niet meer. Hè, waar zijn ze nou? We kijken in alle hoeken en om het schuurtje heen, maar we zien ze echt niet. Nu raak ik wel een beetje in paniek. Anne snapt er ook niks van. En we kunnen er ook niet naar vragen, want mama en de buurman weten niet dat we het weten van de poezen.

Die middag helpen we de buurman met zijn tuin, maar we zijn allebei best wel stil. Ik denk dat we allebei aan hetzelfde denken. Ik voel me wel verdrietig, want wat kan er nu met de poesjes gebeurd zijn.

Als we klaar zijn, bedankt de buurman ons voor het helpen. “Ik heb de verrassing alvast aan je moeder gegeven. Thuis zullen jullie die verrassing wel krijgen. Heel erg bedankt voor alle hulp, daar ben ik heel blij mee.”

We lopen met z’n drieën terug naar huis. Anne en ik zijn stil. Mama kletst vooral en heeft helemaal niet door dat we zo stil zijn.

Als we thuiskomen, staat er een mandje voor ons op tafel.

“Lieve Anne en Max”, begint mama. “Papa en ik zijn heel erg trots op jullie, dat jullie zo lief voor elkaar zijn tijdens deze gekke coronatijd. Daarom hebben we voor jullie een verrassing, kijk maar in het mandje.”

Als we het dekentje eraf halen zien we de drie poezen van de buurman. “Jaaaaaaaaa,” gillen Anne en ik allebei tegelijk, “daar zijn ze gelukkig!”

“Huh?” zegt mama, “wat bedoelen jullie?”

“Laat maar mam, we zijn er echt superblij mee”, roepen Anne en ik. Die middag zijn we helemaal niet bezig met Lot of gamen of wat dan ook. Wij hebben wel wat anders aan ons hoofd.