Leestijd: 11 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

Elke dag komt de postbode bij ons langs. Ik ken hem goed. Hij is onze vaste postbode en heeft een oranje met blauw pak aan, dat best strak zit. Dat komt omdat hij een grote ronde buik heeft. Elke keer als hij langskwam, vertelde hij een mop en moest hij vooral zelf heel hard lachen. Sommige moppen snapte ik niet, maar sommige heb ik ook heel goed onthouden en vertel ik nu aan iedereen die het wil horen. Weet je wat ik het allerleukste vond? Dat hij altijd hele dikke elastieken bij zich had. Die gaf hij altijd aan Anne en mij. Ik heb een keer een katapult gemaakt van een tak en zo’n elastiek. Ik weet het nog goed. Onze postbode stond de post uit zijn fietstas te pakken toen ik met mijn katapult vanuit mijn slaapkamerraam een papieren propje op hem schoot. Hij schrok ervan en keek driftig om zich heen. Toen hij niks zag, ging hij verder met de post uit zijn fietstas pakken. En weer schoot ik met mijn katapult een propje. Ik gierde van het lachen. Zo hard dat hij mij uiteindelijk natuurlijk wel hoorde. Hij moest er gelukkig zelf ook om lachen, om die kwajongensstreken van mij. Nu in de coronatijd komt de postbode nog steeds langs, maar hij vertelt geen moppen meer en ook krijg ik geen elastieken meer van hem. We moeten afstand houden vanwege corona. Ik zie dat hij minder vaak lacht als hij de post komt brengen. Volgens mij is het leukste aan postbode zijn, dat je praatjes maakt met de mensen en de kinderen die je tegenkomt op straat. Hij zal het nu vast wel stil vinden, nu er bijna niemand meer op straat is.

Voor vanavond heeft mijn vader hamburgers gebakken en mogen we zelf ons eigen broodje hamburger maken met kaas, komkommer, sla, tomaat en natuurlijk extra veel ketchup. Heerlijk vind ik dat. Broodjes hamburger zijn echt mijn lievelingseten. Mijn moeder vertelt tijdens het eten dat ze van een vriendin een handgeschreven brief heeft gekregen, en dat vindt ze erg bijzonder. “Tegenwoordig krijg je bijna geen brieven meer per post, alles is via e-mail en WhatsApp”, zegt ze, terwijl ze aan de brief ruikt alsof het bloemetjes zijn. Anne heeft laatst ook een brief naar opa en oma geschreven, en dat vonden ze erg leuk. “Weet je wat ik zo leuk vind aan een handgeschreven brief?” vraagt mijn moeder aan ons, terwijl ze nog steeds aan de brief ruikt. “Een handgeschreven brief doet me denken aan mijn eigen kindertijd, het is nostalgie”, zegt mijn moeder. Ik heb geen flauw idee wat nostalgie is, maar mijn moeder kijkt heel blij en relaxt, dus het zal wel goed zijn. “Mama, ik zag vandaag onze postbode uit mijn slaapkamerraam. Hij keek best verdrietig”, zeg ik, terwijl ik een hap neem van mijn broodje hamburger. “O ja, verdrietig?” vraagt mijn moeder hardop. “Ja, zal hij zijn werk niet meer leuk vinden, nu het corona is?” vraag ik. “Nee joh, weet je waarom hij zo verdrietig is?” zegt Anne wijs. “Omdat hij zelf nooit een brief krijgt.” Dat zou best eens kunnen, bedenk ik me. “Tja, de postbode deelt alleen maar post uit, maar krijgt geen post”, zegt Anne. “Ik vind het zielig”, zeg ik. Ik eet mijn hamburger verder op en stel me voor dat de postbode helemaal alleen is als hij thuiskomt van zijn werk. Geen mensen om zich heen, alleen zijn kat. En natuurlijk zijn televisie. Brieven krijgt hij al helemaal niet. Dit verdient onze postbode toch niet, zeker niet in deze coronatijd. Hij is altijd erg aardig en geeft ons altijd elastieken. “Weet je wat,” zeg ik enthousiast, “ik ga een dinotekening voor hem maken.” “Dat is inderdaad een leuk idee, Max”, zegt mijn vader. “Ja, en dan doe ik hem bij ons in de bus, zodat hij hem ziet als hij de post komt brengen”, zeg ik.

Na het toetje begin ik meteen met het maken van een dinotekening. Ik denk namelijk dat de postbode gek is op dino’s, net zoals ik. Ik teken een mooie T-rex met scherpe tanden en kleur hem helemaal groen. Om het een echte brief te laten lijken, schrijf ik op de achterkant: Dag meneer de postbode, ik ben Max en mijn zus heet Anne. Dank je wel voor de post. Je zal wel heel verdrietig en alleen zijn, daarom heb ik deze dino gemaakt. Groetjes Max. “Mama, heb je een envelop?” vraag ik aan mijn moeder. “Jazeker, Max”, zegt ze, en ze pakt een envelop uit de doos die in de kast staat. Ik vouw de tekening twee keer dubbel, zodat-ie in de envelop past. Daarna lik ik de rand van de envelop en plak hem dicht. Getver, zo’n likrand is echt heel vies. Dat smaakt naar de lijm van school. “En nu gooi ik hem door de brievenbus!” roep ik enthousiast. “Ho, ho”, roept mijn vader, en loopt naar mij toe. “Je moet hem niet in de brievenbus doen, want de postbode kan niks uit onze brievenbus halen, maar er alleen wat in stoppen”, zegt hij. “Weet je wat, Max, we plakken de envelop aan de buitenkant van de brievenbus, zodat hij hem meteen ziet als hij de post komt brengen.” Wat een goede ideeën heeft mijn vader toch. Ik ren met de brief en een rol plakband naar buiten. Heel precies plak ik de brief op de brievenbus, maar dan zie ik dat we wat vergeten zijn. De naam van de postbode staat er niet op, dus zo weet hij nooit dat de brief voor hem is. Ik ren weer terug naar binnen en pak een zwarte stift. Met koeienletters zet ik op de envelop:  VOOR POSTBODE.

De volgende dag zit ik bij mijn slaapkamerraam en wacht totdat de postbode komt. “Ja, daar komt hij, Anne!” schreeuw ik richting haar kamerdeur. Anne komt aanstormen om ook te kijken naar de postbode. “Wauw, hij pakt de brief!” zegt ze en ze fladdert enthousiast met haar handen. Ik zie dat de postbode de brief voorzichtig losmaakt van de brievenbus, hij kijkt om zich heen of iemand hem ziet. “Het lijkt net of hij een geheimzinnig pakketje te pakken heeft”, grinnik ik. Ik zie dat de postbode de brief in zijn tas doet en daarna wegfietst. “Ooh, ik ben zo benieuwd wat hij ervan vindt!” roep ik enthousiast. “Ja, ik ook!” roept Anne, en ze fladdert weer de kamer rond.

En dan is het zaterdag. Omdat we dan geen thuisschool hebben, kan ik lekker uitslapen. Als ik aan het ontbijt zit, zegt mijn moeder: “Max, weet je dat er een brief voor je in de brievenbus zit?” Zonder iets te zeggen spring ik van mijn stoel af. Ik ren naar de brievenbus en open de klep. Met grote letters zie ik op de envelop staan: VOOR MAX. Ik scheur de envelop snel open. Er zit een elastiek in en een stickervelletje met dino’s. Er staat ook iets op geschreven: “Beste Max, dankjewel voor je mooie dinotekening. Mijn zoon vond hem ook heel mooi, dus hebben we hem op het prikbord thuis gehangen. Gelukkig ben ik thuis niet alleen, maar ik mis de gesprekjes met de mensen op straat en met jullie natuurlijk wel. Ik zal extra veel elastieken voor jullie sparen, zodat je straks een hele grote katapult kunt maken en weer propjes op mij kunt schieten.” Er staat een grote smiley achter. Oeps, hij heeft het dus toch door, dat ik die propjes op hem schiet. Snel frommel ik de brief weer in de envelop en ren naar mijn kamer. Mijn moeder komt naar me toe. “ Wat is er, Max?” vraagt ze. Ik lig op mijn bed. “Ik wil het er niet over hebben, mama”, zeg ik verdrietig. Dan rent Anne mijn kamer binnen, ze is helemaal enthousiast. “Max, laat die brief eens zien!” roept ze. “Nee! Dat wil ik niet”, zeg ik, maar voordat ik het weet heeft Anne de brief uit mijn handen gerukt. “Ooh Max, maar dat is toch heel lief!” zegt Anne. “Ik bedoel, hij geeft je zelfs extra elastiekjes om op hem te kunnen schieten”, lacht ze. Mijn moeder leest met Anne mee. “Inderdaad, dat is superlief en zo te zien houdt hij wel van een geintje én van dino’s”, zegt ze. Ik kijk op. “Is dat echt zo?” vraag ik. “Jazeker!” zeggen mijn moeder en Anne in koor. Gelukkig, ik kan weer ademhalen. “Weet je wat, dat brieven schrijven vind ik eigenlijk wel heel leuk!” zeg ik. “Ik ga meteen weer een brief schrijven en dit keer met een dinosticker erop. Dan leer ik meteen goed schrijven”, zeg ik heel slim. “Zo is dat, Max, goed van je”, zegt mama en ze geeft me een knuffel.