Leestijd: 12 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

“Mam! Ik wil naar de Mac!” roep ik. “Ja ja, Max, het is wel goed met jou. Dat ‘ik wil, ik wil’ moet maar eens ophouden!” roept mijn moeder terug. Ze zit haar krant te lezen en geeft verder geen kik. Ik word er altijd enorm chagrijnig van, als mijn moeder zo boos doet. Ik ben dat thuiszitten helemaal zat! Ik ren naar mijn kamer. Weet je wat, ik zeg mijn moeder wel niks meer! Boos pak ik mijn Donald Duck. Elke week zit er een Donald Duck in de brievenbus. Gelukkig gaat dat tenminste nog wel door tijdens corona. Ik word altijd zo blij van mijn Donald Duck. De verhalen met Kwik, Kwek en Kwak zijn het allerleukst. Later wil ik, net zoals Dagobert Duck, kunnen zwemmen in mijn geld. Dan bouw ik in de kelder een zwembad en gooi er allemaal euro’s in. Mijn vader moet altijd heel hard lachen als ik dat zeg, maar Jordy vindt het een superstrak plan. Ik bedoel, als je een profvoetballer bent, dan verdien je enorm veel geld. Dus dat zwembad, dat komt er wel. Bij de gedachte alleen al word ik blij.

Ik begin achter in de Donald Duck, daar staat een puzzeltje. Als ik rustig wil worden, dan maak ik meestal een puzzel of een tekening. Deze week gaat de Donald Duck over corona. Kwik, Kwek en Kwak hebben zelf een auto gemaakt waarmee ze door de drive-thru kunnen om een ijsje te halen. Geniaal! Dat is het! Ik ga mijn eigen auto maken van mijn fiets, en dan kan ik gewoon zelf naar de Mac. Toestemming van mama is dus helemaal niet nodig. Ik spring een gat in de lucht.

Ik keer mijn spaarpot om. Er zit een briefje van 5 euro in, en dat is zeker genoeg voor een McFlurry. Ik heb laatst voor mijn rapport 5 euro van opa en oma gekregen via de post. Zo lief! Nou, die 5 euro wordt zeker goed besteed. Ik steek het briefje van 5 alvast in mijn zak.  Mijn vader heeft in de garage nog allemaal karton liggen dat we mogen gebruiken om mee te knutselen. Dat neemt hij altijd mee van het werk. Ik ren de trap af naar beneden. “Max, wat ga je doen?” vraagt mijn moeder. “Ik ga knutselen in de garage, mam!” roep ik terug en weg ben ik. “Ja, maar over een half uurtje wil ik wel even samen eten”, hoor ik mijn moeder nog roepen. Maar daar reageer ik niet meer op.

In de garage ligt mijn fiets op de grond. Ik zet hem rechtop. Van twee grote stukken karton knip ik een omhulsel in de vorm van een auto. Ik verf mijn auto mooi rood en maak er ramen in. Supercool! Maar hoe maak ik de auto nu vast aan mijn fiets? Eens even kijken … Aah, papa heeft hier nog van die bandjes liggen. Daar kan hij van alles mee vast maken, zegt hij altijd. Ik bind de kartonnen auto met het bandje stevig aan het stuur. Verrek! Het blijft echt heel goed zitten! Top, niks meer aan doen. “Max, kom je eten?” hoor ik mijn moeder vanuit de woonkamer roepen. Ooh, ik moet nu echt heel snel weg zijn, anders gaat mijn plan niet door. Ik gooi de garagedeur open en kruip op mijn fiets. Dat gaat nog niet zo handig, want mijn kartonnen auto zit aardig in de weg. Maar ik wurm mezelf op de fiets en race weg, op naar McDonald’s.

Tijdens het fietsen vraag ik me af of McDonald’s naar Donald Duck is vernoemd. Dat zou wel echt heel grappig en toevallig zijn. Gelukkig weet ik precies waar McDonald’s is, want we zijn er wel eens geweest met papa en mama, en met een kinderfeestje van Jordy. Man, van dat fietsen krijg je berehonger. Ik denk dat ik naast een McFlurry ook nog een euroknaller ga bestellen. Ik moet stiekem lachen, ik heb echt hele goede plannen vandaag.

Na zeker een half uur fietsen kom ik aan bij de McDrive. Dit is lachen. Ik ga in de rij staan. Een auto achter mij toetert en de bestuurder zwaait. Ik toeter terug met mijn fietsbel. Ik heb vorig jaar op mijn verjaardag een hele coole fietsbel gekregen, namelijk eentje die toetert als je erin knijpt. Nu is het net een echte auto. Iedereen in de rij lacht en zwaait naar me. Ze vinden het allemaal geweldig leuk. “Mag ik uw bestelling alstublieft?” klinkt er een stem uit de paal. “Ja mevrouw, ik wil graag een McFlurry en een euroknaller”, zeg ik met een grote glimlach op mijn gezicht. “Dat wordt dan drie euro vijfenzeventig”, klinkt het door de paal. “U mag doorrijden naar het tweede raam.” Ik vind het heel leuk, maar ook heel spannend. Dit is de eerste keer dat ik door een drive-thru ga en dan ook nog op de fiets. Wat is er eigenlijk bij dat tweede raam? Voorzichtig fiets ik een stukje verder. Ik zie bij de auto voor me, dat de bestuurder bij het tweede raam betaalt met een pinpas, daarna rijdt hij door. Nu ben ik aan de beurt. De vrouw achter de balie knippert een paar keer met haar ogen en moet heel hard lachen. “Zo, zo, jongeman, wat kom jij doen?” zegt ze vriendelijk. “Ik uuuh, ik heb besteld”, zeg ik verschrikt. “Kijk eens, Hans! Dit is echt té leuk!” roept de vrouw naar achteren. Er komt een man aan lopen. “Aah, wat ontzettend grappig!” buldert de man, die blijkbaar Hans heet. “Ja, ik dacht, ik mag natuurlijk niet in McDonald’s eten en heb nog geen auto, dus maak ik er zelf één, zodat ik ook door de drive-thru kan”, zeg ik voorzichtig. “Heb je dan een pinpas bij je?” vraagt de man. “Uuh, nee meneer, die heb ik niet, maar ik heb wel geld van mijn opa en oma”, zeg ik en ik haal het briefje van 5 uit mijn zak. “Ooh, maar je kunt hier helaas niet met contant geld betalen, jongeman”, zegt de mevrouw achter de balie. Ik schrik een beetje, want daar had ik niet op gerekend. Wat nu? De man kijkt naar mij en zegt: “Weet je wat, je krijgt van ons het eten voor deze ene keer helemaal gratis, want ik ben tenslotte de directeur.” Ik kijk hem met grote ogen aan. “Wauw, dankjewel meneer!” zeg ik opgewonden. “Je mag dan wel even naar het volgende raam rijden, of uuh fietsen, bedoel ik. Daar wacht je lekkere McFlurry op je”, zegt de mevrouw.

Enthousiast fiets ik naar het volgende raam. Ook de mevrouw die daar zit begint heel hard te lachen als ze me ziet op mijn autofiets. “Alsjeblieft, dit heb je wel verdiend”, lacht ze me toe, terwijl ze me het eten geeft. Ik ga met mijn eten aan de kant van het parkeerterrein zitten. Ik ben heerlijk aan het smullen van mijn hamburger als de directeur aan komt lopen. Hij kijkt erg bezorgd. “Uuh jongeman, we hebben net een telefoontje van je moeder gehad. Ze is heel erg bezorgd en komt je nu halen.” Ik zucht, daar zit ik nu echt niet op te wachten. Ze zal vast wel heel boos zijn. Misschien was het niet echt handig van me om zomaar weg te gaan. De directeur blijft bij me zitten, totdat mijn moeder eraan komt. Ze stapt uit de auto en kijkt heel boos. “Max, wat flik je me nou?” zegt ze kwaad. Het enige wat ik uit kan brengen is “Sorry, mama!” Dan ziet ze mijn autofiets en zegt: “Goh, dat heb je knap gemaakt Max.” Ik glimlach. Mama lijkt weer wat rustiger te worden. “Maar Max, als ik zeg geen Mac, dan is het ook geen Mac”, zegt ze, terwijl ze me streng aankijkt. “En je mag al helemaal niet zomaar wegfietsen zonder iets te zeggen!” Ze heeft de Donald Duck in haar hand. “Ik zag de Donald Duck open op je kamer liggen en ik las het verhaal van Kwik, Kwek en Kwak”, zegt ze. “Daarna zag ik dat je je spaarpot geplunderd had en ook nog eens de rode verf had gebruikt in de garage.” Ik luister naar de uitleg van mijn moeder, meer kan ik nu ook niet doen. “Tja, en toen viel het kwartje. Max is natuurlijk naar de Mac!” gaat ze verder. Terwijl mijn moeder in haar verhaal blijft hangen, fluister ik naar de directeur: “Hans, mag ik je wat vragen?” Hans knikt. “Als directeur van een echte McDonald’s, heb je dan ook een zwembad met geld in je kelder, net zoals Dagobert Duck?” vraag ik. “Was het maar waar”, glimlacht Hans. Hij loopt weg en komt even later terug met een McFlurry, die hij aan mijn moeder geeft. “Kijk eens mevrouw, voor u ook een McFlurry van het huis.” Mijn moeder kijkt blij. “Dankjewel”, zegt ze, en samen smullen we van onze McFLurry. “Nou Max, het was een prachtig idee van je. Maar weet je wat het is met goede ideeën? Die kun je altijd eerst beter delen met anderen, zodat ze echt goed slagen”, zegt de directeur. Hij kijkt me aan. “Maar ik weet zeker, jij redt het wel! En als je later, als je groot bent, nog een baantje zoekt, dan ben je hier van harte welkom”, glimlacht hij.

Directeur Hans loopt weer terug naar binnen en mama legt mijn fiets achter in de auto. “Max, wil je nooit meer zomaar weglopen zonder iets te zeggen”, zegt mijn moeder onderweg naar huis. “Nee mam, ik zal het niet meer doen”, zeg ik rustig. “Hé, maar weet je Max, ik heb zonet een foto van je genomen, met je autofiets en je McFlurry. Zullen we die naar de Donald Duck sturen?“ vraagt mijn moeder enthousiast. “Ja! Wat cool!” roep ik.

Een week later ren ik richting de brievenbus. Ja! De nieuwe Donald Duck is er. Snel kijk ik achterin. Ik kan mijn ogen niet geloven! Daar sta ik dan, in de Donald Duck, met mijn autofiets en mijn McFlurry! Ik ben beroemd! Ik weet het zeker, binnenkort lig ik in een zwembad met geld.