Leestijd: 12 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

“Mam, wanneer gaan we weer eens een keer?”

Mama kijkt op van de krant, terwijl ze haar neus snuit.

“Wat bedoel je, Max? Waarnaartoe?”

“Naar de wasstraat. Ik vind het grappig dat we dan zelf in de auto kunnen blijven zitten, terwijl de auto gewassen wordt. En dan kunnen we daarna de binnenkant zuigen met die grote stofzuigers. Is al best een tijdje geleden dat we dat gedaan hebben. Dus?”

Ik kijk mama met m’n puppie-ogen aan, dat werkt meestal wel goed.

“Haha,” lacht mama, “jij bent grappig, Max. Dat is inderdaad wel een goed idee. Die auto van ons kan wel een wasbeurt gebruiken. En wat we dan meteen kunnen doen,” gaat mama verder, “is naar de teststraat van de GGD. Ik heb namelijk een coronatest aangevraagd, omdat ik al drie dagen aan het snotteren ben.”

Dat zag ik niet aankomen. Maar natuurlijk moet mama zich dan laten testen.

De regels zijn nu zo, dat als je klachten hebt, dan moet je je laten testen.

Het kan namelijk zomaar zijn dat ze zelf een beetje snotterig is, dus niet heel erg ziek, maar dat ze dan wel iemand anders aansteekt, die er heel ziek van wordt. Dus: testen moet, ook als je lichte klachten hebt.

Ik moet zelf ook wel eens hoesten, maar dan probeer ik dat heel zachtjes te doen, zodat niemand het hoort. Anders zeggen ze misschien wel dat ik me ook moet laten testen. Ik heb op televisie gezien dat ze dan zo’n stokje in de keel en je neus stoppen. Getver, dat ziet er echt vervelend uit.

“Om twee uur vanmiddag heb ik de afspraak bij de GGD staan, Max, dus wat mij betreft rijden we daarvoor, rond half twee, door de wasstraat. Dan hebben we mooi een schone auto als we bij de GGD aankomen.”

Leuk, ik heb er zin in. Ja, in die wasstraat dan, niet per se in de teststraat. Als ik maar geen kuchje krijg in de auto.

“Welk programma wilt u?” vraagt de meneer bij de wasstraat.

“Doe maar zoveel mogelijk!” roep ik enthousiast.

“Nou,” grijpt mama in, “doe maar gewoon wassen en waxen, dat is genoeg.”

“Komt voor elkaar”, zegt de meneer, en hij drukt op de knop. Daar gaan we.

Eerst rijden we met de auto op een soort van rails die ervoor zorgt dat mama niet meer hoeft te sturen of gas te geven. Nu rijdt de auto vanzelf.

En dan komt er van alle kanten water en sop tegen de auto aan. Grote borstels vegen over de ramen aan de voorkant, de zijkanten en de achterkant. Gelukkig heb ik de raampjes goed dichtgedaan.

Aan het einde van de wasstraat rijden we op een machine af waar heel veel lucht uitkomt, die de hele auto droogmaakt. Het lijkt wel alsof we opstijgen. Ik gil het uit.

“Joehoeeeeeeee!”

Mama rekent aan het einde van de wasstraat af en we kunnen weer rijden. Dat was leuk. Nu nog even de binnenkant schoonzuigen. Dat vind ik een leuk klusje. Thuis hou ik helemaal niet van stofzuigen, maar hier vind ik het prima.

Terwijl ik de achterbank schoonmaak, hoor ik mama weer niesen. Ze is inderdaad echt heel erg verkouden. Ben benieuwd wat de test straks gaat opleveren.

Na het stofzuigen rijden we door naar de GGD. Er staat een lange rij.

Mama vergeet dat ze de versnelling in de vrij moet zetten en de auto slaat af. Ze lijkt een beetje zenuwachtig.

“Gaat het, mam”, vraag ik haar.

“Ja hoor, prima”, zegt ze. “Eerlijk gezegd vind ik het een beetje spannend. Zo’n stokje in mijn keel en neus … ik weet het niet.”

Ze is nooit een held in die dingen. Ze kan ook niet tegen bloed op tv. Als ik een schaafwond heb, dan kan ze zomaar flauwvallen. Terwijl ik dan degene ben die pijn heeft.

Het duurt best wel lang, dus mama zet de radio aan.

Eerst luisteren we naar een nieuwszender. Het lijkt alleen maar over corona te gaan, dus mama zet een andere zender op.

“Zo, even een vrolijk muziekje hoor, dat kan ik wel gebruiken”, zegt ze.

Gelukkig begint de rij weer te rijden.

In de verte zie ik de mensen die de tests afnemen.

Zie ik dat nu goed? Dat lijkt … dat lijkt juf Mandy wel.

Maar ze is toch een juf? Dan ben je toch niet ineens een dokter of zo?

Misschien is ze het niet, maar is het gewoon iemand die op haar lijkt.

Zodra we dichterbij komen, krijg ik ineens een kriebel in mijn keel.

Wat irritant, daar heb ik de hele dag nog geen last van gehad.

Straks moet ik hoesten, en als ze dat dan horen, moet ik misschien ook getest worden.

Snel neem ik een slok water uit het flesje dat ik heb meegenomen.

“Wil je een zuigsnoepje?” vraagt mama.

Ze merkt dat ik onrustig word.

“Ja, graag, dank je.”

“Hé, dat lijkt jouw juf Mandy wel”, roept ze ineens.

Is het toch waar dus.

“Als juf Mandy bij mij de test gaat afnemen, dan ben ik al iets geruster”, zegt mama. “Zij is altijd wel lief, ze zal dat stokje niet zomaar mijn keel induwen.”

Als we bij de testplek aankomen, blijkt het inderdaad juf Mandy te zijn.

“Hé Marjet en Max, wat een toeval! Voor wie zijn jullie hier?”

Ik ben even bang dat mama gaat zeggen dat ik getest moet worden, dus ik ben er snel bij.

“Mama. Mama moet getest worden. Waarschijnlijk heeft ze geen corona hoor, volgens mij is ze gewoon verkouden.”

“Nou, we gaan het zien, Max”, zegt de juf. “De kans is inderdaad groot dat ze het niet heeft, maar laten we het voor de zekerheid maar gaan testen.”

Juf Mandy pakt de stokjes, zoals ik die op tv heb gezien. Eerst gaat ze met een stokje in de neus van mama.

Ik kijk snel de andere kant op, dit ziet er niet zo fijn uit.

Daarna pakt ze een nieuw stokje en die steekt ze in mama’s keel.

Mama blijft eigenlijk heel rustig, dat had ik niet verwacht.

“Zo, klaar!”, zegt juf Mandy. “We gaan jouw keel- en neusslijm naar een laboratorium sturen en dan hoor je binnen enkele dagen of je wel of niet corona hebt. Tot die tijd zijn er een paar regels waar je je aan moet houden. Je moet thuis blijven, dus je mag niet naar buiten. Je mag geen bezoek ontvangen. Je moet anderhalve meter afstand houden tot je huisgenoten. Was regelmatig je handen, nies in je ellebogen of een papieren zakdoek. Schrijf alvast op met wie je de afgelopen dagen minimaal 15 minuten binnen anderhalve meter contact hebt gehad.”

“Nou, dat is veel om te onthouden,” zegt mama, “maar dank je wel voor alle informatie. Ik ga me daar natuurlijk aan houden.”

“Maar dan mag ik helemaal niet meer bij jou in de auto?” vraag ik aan mama.

“Mmm, nee, eigenlijk moet jij nu op anderhalve meter van mij vandaan blijven. Laten we dat thuis dan maar braaf gaan doen. En dan moet papa maar even in de logeerkamer slapen. En jullie moeten dus de boodschappen doen.”

Nou, ik hoop dat die uitslag snel komt en dat hij positief is, want het wordt er zo in huis niet gezelliger op. Ja, met positief bedoel ik dan natuurlijk dat het goed nieuws is, dat mama dus geen corona heeft.

Zodra we thuiskomen staan papa en Anne op ons te wachten.

“En?” vraagt papa, “ben je nog flauwgevallen?”

“Nee, hoor, helemaal niet”, zegt mama trots. “Het ging eigenlijk heel erg goed, viel reuze mee. Maar ik heb wel slecht nieuws voor jullie. Jij, Freek, moet even in het logeerbed slapen, totdat we de uitslag hebben en jullie drieën moeten zorgen voor de boodschappen, want ik mag even het huis niet uit.”

Papa en Anne fronsen. De test is ineens niet grappig meer. Nu maar hopen dat die uitslag er snel is.

Terwijl ik papa de logeerkamer hoor inrichten, begin ik te fantaseren over de wasstraat en de coronateststraat. Ik pak papier en pen en begin te tekenen.

Zouden ze zo’n teststraat niet net zo automatisch kunnen maken als de wasstraat? Dan kom je met je auto aanrijden en dan rij je eerst op een soort van rails, waardoor je de auto uit kunt zetten. Nu rij je vanzelf richting de testmachine. Als je dan bij de testmachine aankomt, gaan je ramen automatisch open en komt er een robotarm naar binnen die je mond opendoet. Een andere robotarm gaat dan met een stokje naar binnen om je neusslijm (iehhh, vies woord) af te nemen. En dan gaat je andere raam open met een tweede robot. Die verzamelt je keelslijm. Een computer zegt dan aan het einde ‘Dank u wel voor het testen. Binnen twee dagen ontvangt u de uitslag’. En dan het hele riedeltje van regels, zoals juf Mandy het vertelde.

Dan hebben ze ook veel minder echte mensen nodig om de tests af te nemen en dan kunnen mensen dus veel sneller getest worden, desnoods de hele nacht door.

Maar wat dan als je het heel spannend vindt en wegduikt als die robotarm naar binnenkomt?

Nee, doe mij dan toch maar juf Mandy als ik ooit zelf getest moet worden.

Ik gooi mijn tekening in de prullenbak en ga samen met Anne een boodschappenlijstje maken.

En na een dag krijgt mama een mailtje ‘Uit de test blijkt dat u geen corona heeft.’

Yes, gelukkig maar, nu kan alles tenminste weer worden zoals het was. En fijn dat mama niet ziek is natuurlijk.

 

Dit verhaal is ingesproken door Mathijs Vos van RN7. Dankjewel Mathijs!