Leestijd: 8 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

Weet je wat mijn lievelingsboek is? De Gorgels van Jochem Meijer. Ik heb het op mijn verjaardag gekregen van mijn oom en kan het al helemaal zelf lezen. ‘s Avonds als ik naar bed moet, lees ik altijd stiekem nog wat in De Gorgels. Soms wel zo lang, dat ik door het donker de letters niet meer van elkaar kan onderscheiden. Gorgels zijn hele kleine wezentjes, een soort beschermers zeg maar. En je kunt ze alleen maar zien met superogen. Volgens mij heb ik geen superogen, want ik heb nog nooit een gorgel gezien. Melle, de hoofdpersoon in het boek, heeft wel een waakgorgel, die beschermt hem tegen de brutelaars. Weet je dat brutelaars alleen maar langskomen als de R in de maand zit? Aan het begin wist ik niet wat ze daarmee bedoelden, de R in de maand. Maar daar bedoelen ze september, oktober, november, december, januari, februari, maart en april mee, want daar zit de R natuurlijk in!

Als er een R in de maand zit, kun je wat sneller ziek worden, een brutelaar op bezoek krijgen. Kijk maar eens naar corona, dat begon allemaal in China en kwam bij ons toen het februari was. Maar weet je wat ik het gekke vind? Dat corona ook nog steeds bestaat nu er geen R in de maand zit. Ik bedoel, het is nu juni en we mogen weer naar school, en tóch zijn er nog zieke mensen. Corona is wel een hele sterke brutelaar. Ik hoorde op het nieuws dat papa en mama aan het kijken waren, dat corona heel lang kan overwinteren en dat ze bang zijn voor een tweede golf. Nee, geen golf van de zee, maar een golf van zieke mensen. Dat zou misschien betekenen dat ik straks niet meer met Jordy en Alex kan spelen. En ook zo erg, dat ik niet meer naar voetbaltraining kan! Maar ik zou Max niet zijn als ik daar niet eigenhandig een stokje voor ga steken.

Ik denk namelijk dat ik ook een waakgorgel heb, en als ik nou vraag aan die waakgorgel of hij met alle andere waakgorgels mij wil helpen om de coronabrutelaars te verslaan … dat is toch een topidee? Als ik ‘s avonds naar bed moet, ga ik stiekem nog even lezen. Ik lees over Bobba, de waakgorgel van Melle. Langzaam dwaal ik af en valt mijn boek dicht. Ik bedenk me hoe mijn waakgorgel heet. Mijn waakgorgel heet Baboe. En dan ineens zie ik Baboe. Baboe zit aan de rand van mijn bed. “Weet je wat, Baboe? Jij gaat mij helpen de coronabrutelaars te verslaan.” Ik kijk uit mijn raam. Het lijkt wel of er door de hele straat coronabrutelaars zijn. Er fietsen mensen voorbij, auto’s rijden in een razend tempo door de straat, maar het maakt de brutelaars niks uit. Ze gaan niet aan de kant. Ik zie het helemaal voor me: ik ben de commandant van het leger van gorgels en ga mijn leger nu bij elkaar roepen. “Baboe, roep je familie, we gaan aan de slag”, roep ik. Langzaam loop ik van de trap af en glip naar de voordeur. In de woonkamer zitten mijn ouders televisie te kijken. Gelukkig, ze hebben niks door. Ik haal de deur van het slot en trek mijn laarzen aan. Aah, daar staat Baboe al met zijn leger gorgels. “Zijn jullie er klaar voor?” vraag ik en kordaat stap ik richting het winkelcentrum even verderop. Daar is de broedplaats van alle brutelaars. Mijn vader zei laatst dat daar namelijk te veel mensen bij elkaar komen en er dus meer kans is op een coronabesmetting. Daar sta ik dan, midden op het plein bij het winkelcentrum. Ik zie de brutelaars van alle kanten op ons afkomen. Ze lijken groter dan in het boek. Dat is vast omdat het coronabrutelaars zijn. Elke waakgorgel heeft zijn eigen stok. Ik nog niet. Snel gris ik uit de bosjes bij het winkelcentrum een tak. Zo, nu kan ik me ook verdedigen. “Het is de bedoeling dat we de brutelaars naar de vijver jagen”, roep ik. De gorgels en ik omsingelen de brutelaars. Ze kunnen geen kant meer op en we duwen ze een voor een de vijver in.

Dan opeens sta ik zelf in de vijver. Ik voel nattigheid en langzaam kijk ik om me heen. “Ik heb gedroomd”, fluister ik. Er is niemand op straat. Niemand heeft me in de vijver zien staan. Wakker ben ik wel. Ik ren naar huis met de tak nog in mijn hand. Ik snap er niks van, Baboe is weg en de brutelaars ook. Zou het dan toch geholpen hebben? Ik kan niks anders dan aanbellen. Mijn vader doet de deur open. “Wat is hier aan de hand, Max?” “Ik ging de coronabrutelaars vangen”, stamel ik. “Brutelaars?” klinkt mijn vader verbaasd. Ik ga naar binnen en plof neer op de bank. Zelf ben ik ook wel een beetje geschrokken van het avontuur. Van mijn moeder krijg ik warme melk. Ik vertel het verhaal over de R in de maand en over de sterke coronabrutelaars aan mijn ouders. “Ach jongen, jij leest ook veel te veel boeken”, zegt mijn moeder. “Weet je, Max,” zegt mijn vader, “ik denk dat je stiekem aan het slaapwandelen was.” “Slaapwandelen?” reageer ik verbaasd. “Slaapwandelen is iets wat sommige mensen doen, terwijl ze eigenlijk slapen”, legt mijn vader uit. Mijn ouders vinden het toch wel erg gevaarlijk dat ik mijn kamer uitsluip en besluiten een alarmknop op de deur te maken voor in de nacht, zodat ze horen wanneer ik al slaapwandelend de kamer uitloop.

“En weet je, Max,” zegt mijn vader, “vroeger was het inderdaad zo dat je griep kreeg met de R in de maand, maar in 2020 maakt het niets meer uit welke letter in de maand zit.” “O ja, wel zo handig,” zeg ik, “dan krijgt de R ook niet altijd meer de schuld.” Mijn ouders moeten heel hard lachen. “En nu naar bed jij!” zegt mijn vader.