Leestijd: 15 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

 

Ik mag weer voor het eerst naar school. Ik heb zó’n zin om al mijn vrienden weer te zien. De helft van de kinderen komt, de andere helft moet op dinsdag en vrijdag naar school en ik op de maandag en de donderdag, omdat mijn achternaam begint met een B. Gelukkig komt Jordy ook op school, zijn achternaam begin met de letter H. De letters A tot en met J mogen op de maandag en donderdag naar school, zo zit het. Ik pak mijn tas. Daar zit een broodbak met twee boterhammen met leverworst in, dat eet ik het allerliefst op brood. Van mijn ouders moet ik altijd fruit mee naar school, want in de ochtend eten we altijd fruit. Dus kies ik een appel, want een banaan is al helemaal goor. Bananen worden namelijk helemaal bruin en kliederig als je ze in je tas bewaart. Mijn vader heeft mijn fiets al buiten gezet. Op de een of andere manier zijn mijn ouders deze ochtend heel vrolijk. Ze zijn heel vroeg opgestaan, hebben mijn boterhammen gesmeerd, mijn fiets buitengezet. En mijn moeder zit al de hele ochtend te zingen. Ik vraag: ” Waarom zing je mama?” Het is namelijk vet irritant als je net wakker wordt en je moeder zit de hele tijd te blèren. Mijn ouders zeggen dat ik een ochtendhumeur heb, dat is dat je chagrijnig bent in de ochtend. Nou dat klopt wel, ja! Terwijl mijn moeder doorgaat met zingen, zegt ze tussendoor “Ik ben zo blij dat jullie weer naar school mogen, Max!” Ik snap er echt niks van, waarom is mijn moeder nou weer blij dat ik naar school ga? Zíj mag toch niet naar school? “Mama, waarom dan? Jíj mag toch niet naar school?” Ze lacht en begint nog harder te zingen. Ik doe mijn oren maar even dicht.

Als ik mijn tas en fiets heb gepakt, race ik in een razend tempo naar school. Mijn vader kan me amper bijhouden. Ik vind het altijd supergrappig om met hem een wedstrijdje te doen wie het eerste op school is. Met papa kan dat, daarom vind ik het ook zo leuk als híj ons naar school brengt. Mama raakt altijd in paniek als ik dat doe. Ik kijk natuurlijk ook wel goed uit, want anders lig je zo maar onder een auto als je een weg oversteekt. Dat weet ik heus wel.

In april liep ik hier nog samen met mijn vader over straat op zoek naar beren, bruine beren, zwarte beren, pandaberen. Allemaal in het wild en dat zomaar bij ons in de straat. In mijn camouflagepak en met een rugzak gevuld met een verrekijker, een pincet en touw ging ik op pad. Ik had zeker wel 67 beren gespot. Dat denk ik tenminste, want bij 30 was ik de tel een beetje kwijt. Op sommige plekken zaten wel 4 beren tegelijk. En weet je wat zo leuk was, dat alle berensoorten door elkaar zaten. Soms zat er zelfs een verdwaalde aap tussen. In de natuur zie je dat bijna nooit, maar hier in de stad leven al die dieren gewoon naast elkaar.

Maar er is nu iets ergs gebeurd, de beren zijn weg! Dat is hartstikke ernstig. Ik bedoel, ik heb ooit een keer een video gezien van Freek Vonk. Daarin vertelde hij dat de beren uitsterven. Wel 7 van de 8 berensoorten schijnen uit te sterven. Straks leven er helemaal geen beren meer op deze aarde. De reuzepanda loopt het meeste gevaar, omdat panda’s gek zijn op bamboe. En omdat er door kappen en bosbranden straks helemaal geen bamboe meer is, zullen de panda’s gewoon doodgaan van de honger, zielig hè! En nu zijn ze dus al uitgestorven, hier in onze stad! Ik moet hier na schooltijd meteen een stokje voor steken. Want als de beren in onze stad al zijn uitgestorven, zal dat straks ook op andere plekken gebeuren. Een ramp! Het is eigenlijk net zoals corona, eerst is het op één plek en daarna gaat het naar andere plekken en gaan mensen dood. Ik zag laatst op het Jeugdjournaal dat heel veel mensen het coronavirus goed voor de natuur vinden. Door het coronavirus rijden we minder in de auto, gaan we niet meer vliegen en nemen we allemaal een moestuin, net zoals mijn moeder. Het heeft te maken met de CO2-uitstoot, zegt mijn moeder. Dat schijnt slecht te zijn voor het weer en dus voor de bomen, planten en dieren. Maar nu corona steeds meer weggaat, gaan de beren ook weg. Ik snap er niks meer van!

Terwijl ik naar school fiets bedenk ik meerdere plannen. Ik zou een brief kunnen schrijven aan Freek Vonk om te vragen of hij weet waar de beren zijn gebleven. Of ik zou gewoon bij het huis kunnen aanbellen met de rode voordeur om te vragen waar de beren zijn gebleven, want daar stonden laatst nog 3 beren. Maar dat durf ik allemaal niet. Ik heb een veel beter idee! Mijn moeder heeft mij vorig jaar, toen ik net 4 jaar was, lid gemaakt van het Wereld Natuur Fonds en nu ben ik een echte Ranger. Als Ranger kun je natuurlijk heel veel goede dingen doen voor de natuur, bijvoorbeeld geld inzamelen. Ik vraag gewoon op school of ik een geldbus mag maken en dan ga ik na school bij de deuren langs.

Even verderop zie ik het schoolplein. Alle ouders en kinderen staan in de rij. De papa’s en mama’s mogen niet mee naar binnen. Ik zie Jordy bij de fietsen. Jordy laat zijn allernieuwste Pokémonkaarten aan mij zien. “Ik heb ook nieuwe kaarten, Jordy!” “Cool!” zegt Jordy. “Zullen we morgen dan afspreken?” vraag ik hem. Vandaag kan ik namelijk niet afspreken, want ik heb een hele belangrijke opdracht na schooltijd. “Morgen is goed” zegt Jordy enthousiast.

De schooldag gaat heel langzaam. Nu weet ik waarom ik school zo ontzettend saai vind. Ik moet de hele dag in de bank hangen en naar de juf luisteren. Tijdens het fruit eten vraag ik aan juf of ik een geldbus mag maken. Ik leg haar uit dat alle beren in de stad aan het uitsterven zijn en dat dat heel erg is. Ze moet erom lachen. Ik vraag me af of ze wel van de natuur en beren houdt, het is toch helemaal niet grappig! Na het fruit begin ik aan mijn geldbus. Ik pak een blik, nu nog een deksel erop. Van karton knip ik een rondje met een gleuf erin, waar straks het geld door kan. Ik plak het rondje bovenaan vast met plakband. Zo, dat is klaar! En net echt! “Ooh, maar er mist nog iets”, zegt juf. Ik kijk haar verbaasd aan. “Ik snap het niet, juf.” “Nou, jij wilt toch een echte Wereld Natuur Fonds-Ranger zijn?” vraagt juf. “Jazeker!” zeg ik. “Dan moet je natuurlijk wel laten zien dat de geldbus van het Wereld Natuur Fonds is”, zegt ze. En daar heeft ze natuurlijk wel gelijk in. Stom dat ik daar zelf niet aan heb gedacht. Samen zoeken we het logo van het Wereld Natuur Fonds op internet op en juf print het voor me uit. Ik knip het uit en plak het op de zijkant van mijn geldbus. En nu is-ie af!

Na schooltijd zie ik papa op het plein staan. Enthousiast loop ik naar hem toe. “Wil je niet afspreken?” vraagt hij. “Nee, vandaag niet. Ik moet op missie”, vertel ik hem. “Op missie?!” klinkt mijn vader verbaasd. Ik laat hem gaan, ik vertel niet wat ik van plan ben. Je weet maar nooit! Straks mag het niet van hem. Mijn vader heeft het namelijk niet zo op beren. Hij deed namelijk helemaal niet mee met de berenjacht. Mijn geldbus heb ik verstopt in mijn rugtas. In dezelfde vaart als ik naar school fietste, fiets ik nu ook terug. Yes, ik ben weer als eerste thuis. Anne speelt bij Lot, dus daar heb ik mooi geen last van. Top! En nu kijken wanneer ik weg kan sluipen.

Als we thuis zijn drinken papa en ik wat samen. Ik limonade en hij een kop zwarte koffie. Ik snap niet dat hij dat kan drinken. Dat is echt goor! Ik heb me weleens vergist. Toen dacht ik dat er cola in zat, stiekem vind ik dat namelijk heel lekker alleen ik mag het niet van mijn ouders. Maar weet je, er zat koffie in. Ik redde het niet eens tot de gootsteen, maar heb het op de tafel gespuugd. Oeps! Ik mag bij mijn limonade altijd kiezen voor een koek of een snoepje. We hebben chocoladekoeken en ik ben gek op chocola, dus deze keer ga ik voor een koek. Na de limonade en koek gaat mijn vader boven op zolder de was doen. Yes, het perfecte moment om weg te sluipen. Ik trek mijn Rangers-T-shirt aan dat ik heb gekregen van het Wereld Natuur Fonds, pak mijn tas en doe de voordeur zachtjes open, zodat mijn vader het niet hoort. Haha, gelukt!

Ik loop over een bruggetje vlak bij mijn huis en haal de geldbus uit mijn tas. Bij de eerste deur bel ik aan en er doet een oude mevrouw met grijs haar open. Ze kijkt me een beetje streng aan. “Uuuh mevrouw, ik uuuuh, er zijn bijna geen beren meer in de stad, dus nu zamel ik uuuh geld in.” De vrouw lacht nu naar me. “Ach jongetje, ik kan geen geld geven. Ik ben blij dat er geen beren in de stad zijn.” Ze sjokt naar de trap in de hal en komt met een snoeppot terug. “Hier, deze is voor jou,” zegt ze, terwijl ze mij een dropveter geeft. “Dank u, mevrouw!” zeg ik lachend. Als ik geen geld krijg, dan maar snoep. Ik loop verder, van huis naar huis. Ik krijg honger. Ik heb, denk ik, wel meer huizen gezien dan dat ik beren heb gezien tijdens de berenjacht met papa. Er zit best wat geld in mijn geldbus. Eén mevrouw stopte er zelfs een briefje in van 5 euro. Ik ben heel rijk!! Ik plof neer in een speeltuin en verstop me in het tunneltje. Ik trek mijn geldbus open. Ik tel in ieder geval 10 euro, maar het is nog veel meer! Ooh was ik maar beter in rekenen, dan wist ik nu hoeveel geld ik voor de beren had. Ik heb nog steeds honger, berehonger. Weet je wat, ik ga mijn dropveter lekker opeten. Het is al heel laat, bedenk ik me. Ik loop langzaam terug naar huis.

Als ik thuiskom staat er een politieauto voor de deur. Dat is cool! Ik bel aan. Mijn vader en moeder kijken mij verschrikt aan. Mama begint te huilen. “Waar was je nou?” Mijn vader lijkt wel boos. Hij buldert “We waren doodongerust en nu naar binnen jij.” In de woonkamer op de bank zit de politieagent, “Zo mannetje, waar ben jij geweest? Het is al bedtijd en jouw papa en mama waren je kwijt en heel bang.” “Uuh uuh, ik uuuh, was geld aan het vragen, omdat de beren uitsterven. Eerst uuh waren er uuh heel veel beren in de straat en nu niet meer. Dat is toch zielig?” stamel ik. “Ja, ja, dat is ook heel zielig, jongeman”, zegt de agent. De agent mompelt wat tegen mijn ouders en vertrekt. “Niet meer doen, hè!” zegt hij en knipoogt.

Mijn ouders moeten nog steeds bijkomen. Ineens begrijp ik dat mijn ouders denken dat ik weggelopen ben en ik begin heel hard te huilen. “Oh, dit was echt niet mijn bedoeling”, snik ik. Ik leg ze het verhaal uit dat Freek Vonk heeft verteld. Dat de beren doodgaan, ook hier in de stad en dat ik de beren wil helpen. Gelukkig worden papa en mama iets rustiger. Anne komt ook thuis van haar musicalles. Anne weet natuurlijk niet wat er aan de hand is. Papa en mama vertellen haar het verhaal van de beren. “Maar dat is toch ook zielig!” zegt Anne. En zo is het! We geven elkaar een dikke knuffel, want gelukkig mag ik papa, mama en Anne nog wel knuffelen. Samen kijken we op internet hoe we de beren een handje kunnen helpen, niet in deze stad, maar in andere landen. We besluiten van het geld dat ik heb opgehaald een boom te planten, zodat de pandaberen weer lekker kunnen eten. Na het avondeten ga ik meteen naar bed, ik ben kapot. Lekker knuffelen met mijn pandabeer en morgen … Morgen ga ik met Jordy spelen!