Leestijd: 13 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Anderhalvemeter vakantie

met Marianne Besselink, Burgemeester van gemeente Bronckhorst

Geschreven door Elma Vriezekolk

Of lees het hier zelf:

“Gaan we dit jaar weer naar Italië, mam?”

Ik ben dol op Italië. Lekkere pizza’s eten, meestal mooi weer, lekker zwemmen en zonnen, en tot heel laat opblijven. Ik hoor papa en mama af en toe praten over de vakantie en dan zijn ze steeds aan het googelen, en zie ik landen die geel, oranje en rood zijn.

“Wat betekenen die kleuren?” vraag ik aan mama.

“Dat betekent dat het wel of niet veilig is om naar dat land te reizen, Anne. Geel betekent veilig, oranje betekent minder veilig, dus met een risico, en rood betekent onveilig. Nu corona in sommige landen nog heel erg is, vindt de Nederlandse regering het niet verstandig als Nederlanders daarnaartoe gaan op vakantie.”

“Kunnen we dan wel naar Italië?”

“Dat zijn we nu aan het uitzoeken. In Italië is corona heel erg geweest, dus we moeten even goed kijken welk advies ze daarover geven. Er zijn zelfs landen die niet willen dat Nederlanders komen, omdat we in Nederland minder strenge coronaregels hadden. Ze denken dus dat Nederlanders het virus kunnen meenemen naar hun land”, legt mama uit.

Dat heb ik nog nooit gehoord. Dat wij als Nederlanders niet welkom zijn in andere landen. Of dat wij worden gezien als virusdragers, wat gek!

Papa en mama kunnen nog niet met zekerheid zeggen of het gaat lukken. “Het is ook lastig om iets te boeken,” vertelt papa, “want als het land dan toch op slot gaat, dan moeten we weer gaan annuleren.”

“En als we gaan vliegen,” gaat mama verder, “en een land gaat op slot, dan zou het zomaar kunnen dat we in dat land moeten blijven, tot het weer opengaat.”

“Maar dat is toch helemaal niet erg? Dan kunnen we lekker heeeeeel lang in Italië blijven.”

“Ik snap dat jij dat niet zo erg vindt”, lacht mama. “Maar wij moeten natuurlijk wel gewoon weer kunnen werken en vanuit Italië wordt dat een beetje lastig. En jullie moeten na de zomer ook gewoon weer naar school.”

Max zit op zijn kamer, ik ga eens horen wat hij zou willen. Als ik naar boven loop, gaan er allerlei gedachten door me heen. Stel nou dat we helemaal niet op vakantie kunnen gaan, kunnen we dan iets anders verzinnen? Bijvoorbeeld een camping in onze achtertuin maken, en dan vrienden uitnodigen die komen ‘kamperen’? Dat klinkt eigenlijk helemaal niet zo verkeerd.

Voordat ik naar Max ga, ga ik eerst even naar mijn kamer om het uit te tekenen. Dat werkt bij mij altijd het best. Als ik iets in mijn hoofd heb, vind ik het fijn om het op te schrijven en te tekenen, dan wordt het nog mooier en echter. En dan kan ik aan papa en mama laten zien hoe ik het wil hebben.

Als we nu de tuinset gewoon laten staan, dan is dat de plek waar we ’s ochtends gaan ontbijten. Na het ontbijt smeren we dan de boterhammen om mee te nemen in onze rugtas, samen met flesjes water, pakjes drinken en een appel. En snoep natuurlijk! Daarna gaan we met de waterkoker water koken en dat gooien we met afwasmiddel en wat koud water in een teiltje. Dan kunnen we afwassen in onze achtertuin, net als op de camping. Ik denk dat dit het beste idee is, gewoon lekker kamperen in onze eigen achtertuin.

Papa en mama roepen naar boven. “Anne, Max, komen jullie? We hebben iets heel leuks te vertellen!”

We stuiven naar beneden. Wat zal het zijn?

“We mogen van opa en oma de camper lenen, dus we kunnen toch lekker op vakantie. En dan kunnen we gewoon op het laatst beslissen waar we naartoe gaan, want dan weten we ook welke landen het veiligst zijn. En, Anne, we hebben nog iets heel leuks, maar dat vertellen we vanavond.”

Ik kan niet wachten wat ze nog meer te vertellen hebben. Kamperen met een camper, dát is al superleuk, want we hebben nog nooit in een camper geslapen. Dan heb je gewoon de hele tijd je huis bij je met alle spullen.

Max is ook dolblij, hij huppelt naar zijn kamer om alvast zijn spullen te gaan pakken.

Ik ben benieuwd naar welk land we gaan. En hoe het is, om tijdens corona op vakantie te zijn.

Wat zal ik allemaal meenemen? Jurkjes, mijn make-up natuurlijk, foto’s van mijn vriendinnen, korte broeken, mijn gympen, laarsjes, slippers …

Mama komt boven. “Anne, neem je niet te veel mee? We moeten best veel andere spullen meenemen, dus haal niet je hele klerenkast leeg, oké?”

Oei, dan moet ik zeker de helft weer terugstoppen, denk ik.

Wel jammer dat ik Lot een paar weken moet gaan missen. Hopelijk hebben we wifi op de camping, dan kunnen we in ieder geval facetimen.

Max gooit drie volle sporttassen op de overloop, volgepropt met speelgoed.

“Euhh, Max, ik denk dat je zeker de helft weer terug moet leggen hoor, want mama zei net dat we niet te veel kunnen meenemen in de camper.”

Max loopt zuchtend terug naar zijn kamer.

“Oh ja, en ik moet natuurlijk ook nog kleren meenemen”, roept hij.

Daar moet ik wel een beetje om lachen, die Max.

Even later hangt mama de telefoon op.

“Het is geregeld!” zegt ze opgewekt.

“Wat is geregeld?” vraag ik haar.

“Zullen we het al zeggen?” Ze kijkt papa aan.

“Ja,” zegt papa, “doe maar. Ik denk dat ze heel erg blij zullen zijn.”

Jeetje, nu moet het niet te lang meer duren, hoor. Ik hou het niet meer. Wat is er nou geregeld?

“We hebben gevraagd of de ouders van Lot het leuk vinden om samen met ons op vakantie te gaan, want zij kunnen ook een camper lenen. En ze willen het dolgraag, dus ze hebben ja gezegd!”

Wow, da’s even gaaf! Want wat is er nou leuker dan met je beste vriendin op vakantie gaan? Ik ben echt dolblij. Wat hartstikke tof dat papa en mama dit hebben geregeld.

“En gaat Kees ook mee?” vraag ik.

“Jazeker, Kees gaat natuurlijk ook mee. Dus dan kun je hem lekker vaak met Lot uitlaten.”

Als ik zelf een hond zou mogen kiezen, zou ik precies dezelfde hond willen hebben. Zo schattig.

Een week nadat onze schoolvakantie is begonnen vertrekken we. We gaan dus twee weken met twee campers op vakantie. Naar Duitsland. Duitsland is heel groot, er is veel bos, er zijn veel meren en heel veel campings. En omdat het voor ons nieuw is om met een camper op vakantie te gaan, moeten papa en mama een beetje uitzoeken hoe dat allemaal werkt.

Lot is net zo bij als ik. Nu kunnen we de hele dag met elkaar kletsen en spelen en met Kees knuffelen. Misschien kunnen we ook wel een keer een kleine tent opzetten waar we dan een nacht in kunnen slapen.

Eenmaal op reis zitten Max en ik aan een tafeltje achterin. Papa en mama zitten voorin. Dit voelt leuk. Reizen in een soort bus. En handig, die tafel, want we kunnen gewoon lezen en spelletjes doen.

“Hebben jullie je mondkapjes bij je?” vraagt mama.

Oh ja, die moeten we natuurlijk steeds op als we ergens naar binnen lopen.

“Om mijn arm”, roepen Max en ik in koor. We hebben doekjes die je overdag gewoon om je arm kunt knopen, of als haarband kunt gebruiken. En als je dan bijvoorbeeld een toilet inloopt, kun je hem als monddoekje gebruiken. Heel handig.

Wat hebben we een fijne vakantie. Lekker uitslapen, chillen, kletsen, over de camping fietsen. Papa en mama hebben ook veel lol met de ouders van Lot. Je kunt wel merken dat iedereen heel erg veel zin had in deze vakantie.

Bij de derde camping zit een heel mooi zwembad. We pakken onze spullen in, monddoekjes mee en klimmen via een lange trap naar boven, naar het zwembad. We hebben hartstikke veel zin om te zwemmen, want het is zó heet, niet normaal. We hebben ook de hele vakantie nog geen druppel regen gehad.

We lopen het zwembad in.

De mevrouw achter de kassa vraagt in het Duits iets aan mama.

“Oh nee … we hebben niet gereserveerd”, zegt mama. “Dat moet hier natuurlijk ook, net zoals in Nederland.”

“Nein … ist das ein problem?” vraagt mama in het Duits.

De mevrouw knikt, we mogen er echt niet in, we hadden moeten reserveren.

Dat is balen zeg, nu moeten we helemaal teruglopen. Pfff, we hadden zo graag wat af willen koelen in het water. Mama reserveert alvast voor morgen, zodat we dan wél kunnen zwemmen. Het is toch allemaal een beetje anders, op vakantie gaan tijdens corona: niet spontaan naar een zwembad, mondkapjes op …

“Ik ben helemaal klaar met corona”, moppert Lot. Ik voel precies hetzelfde.

Terug bij de camping gaan we dan maar liedjes oefenen, want vanavond zitten Max, Lot en ik in de finale van The Voice. En onze ouders zijn de jury. Mama is Anouk, papa Marco en de ouders van Lot zijn Sanne en Ali. Ze doen leuk mee, net of het echt is.

’s Avonds na onze optredens zeggen de juryleden dat ze ons allemaal goed vonden, maar dat er toch één winnaar is uitgekomen.

“We zagen bij één kandidaat,” maakt mama het spannend, “een combinatie van een goede performance, een geweldige stem en een mooie Engelse uitspraak. En de winnaar is … [tromgeroffel] … Lot!”

Hè, jammer. Ik had natuurlijk ook willen winnen. Maar als ik zie hoe blij Lot is, vind ik het ook wel prima eigenlijk.

Op de laatste vakantiedag rijden we nog langs een zomerrodelbaan. Vet gaaf! Dan ga je eerst met een karretje naar boven en dan zoef je van boven op de berg via een baan naar beneden. En je kunt zelf remmen. Als je dat niet doet, ga je echt megahard naar beneden.

Onze ouders blijven op het bruggetje staan om foto’s en filmpjes te maken en wij mogen twee keer naar beneden. Met een eigen karretje en natuurlijk een mondkapje op. En voordat we instappen moeten we onze handen desinfecteren. Als ik halverwege de afdaling ben, wil ik mijn mondkapje over mijn gezicht trekken en als haarband gebruiken, want het is veel te warm over mijn mond. Maar ik ga zo hard dat dat niet lukt. Ik moet allebei mijn handen aan de knuppel vasthouden, want anders vlieg ik echt uit de bocht. Daardoor blijft het mondkapje op mijn gezicht hangen. Nou, je snapt, de foto’s waren hilarisch!

Al met al was het ondanks corona wel een hele toffe vakantie. Maar toch hoop ik dat we volgend jaar weer lekker naar Italië kunnen gaan, zonder al dat gekke gedoe. Misschien wel weer met de camper en misschien ook wel weer met Lot? Dat zou even gaaf zijn …

Dit verhaal is ingesproken door Marianne Besselink, de burgemeester van gemeente Bronckhorst. Dankuwel burgemeester Besselink!