Leestijd: 8 minuten
Print Friendly, PDF & Email

Luister hier naar het verhaal:

Geschreven door Jeltine Jans

Of lees het hier zelf:

“Anderhalve meter, Anne!!” schreeuwt iemand op straat. Ik hoor niet eens wie het is, maar ik kijk niet om. Ik ben lekker aan het chillen in het gras en ik weiger om te kijken. Eigenlijk ben ik wel een beetje nieuwsgierig naar wie me roept, maar ik ben wel klaar met al die bijnamen. An, Lange Anne, Lantaarnpaal. En nu wordt het zeker ‘Anderhalvemeter Anne’.

Ik weet ook wel dat ik best lang ben voor mijn leeftijd. Ik ben 8 jaar en ik steek met kop en schouders boven alle kinderen van mijn klas uit. Daarom moet ik altijd achter in de klas zitten. Kan ik wel lekker met m’n vriendinnen kletsen trouwens, en naar meester Patrick gluren. Sommige jongens uit de klas denken dat ze grappig zijn en maken de hele tijd flauwe opmerkingen als ze langs me lopen op het schoolplein. Ze zijn jaloers, omdat ze zelf niet eens langer zijn dan hun eigen duim.

Mijn ouders zijn ook lang. Mijn vader is wel 2 meter! Hij buldert altijd van het lachen als ik zeg dat ik kleiner wil zijn. Hij vindt dat lang zijn alleen maar voordelen heeft. Zo kun je bijvoorbeeld heel goed bij de bovenste plank in de supermarkt en kun je altijd alles heel goed zien bij concerten. De laatste keer dat ik gemeten werd, was ik 1 meter en 48 centimeter. Dat is wel heel lang, maar papa en mama willen mij niet aan de groeihormonen. Dat zijn een soort medicijnen, waardoor je klein blijft. Papa en mama zeggen dat het slecht voor mijn ontwikkeling is of zoiets. Ze weten niet dat het gewoon superstom is om bijna even lang te zijn als de mama van Sem. Ik sta gewoon voor aap.

Dus ik heb iets nieuws bedacht. Ja, echt helemaal zelf bedacht. Het werkt fantastisch! Het heet ‘de kop in het zand’-methode. De-kop-in-het-zand, dan doe je net of je iets niet hoort, en je gaat gewoon door met de dingetjes die je al aan het doen bent. Dus als iemand iets lelijks tegen me zegt, luister ik niet.

Maar goed, even terug naar m’n chillmomentje. Ik zit daar gewoon alleen in het gras en opeens in de verte zie ik iets of iemand verschijnen. Ik kan het niet goed zien, maar er beweegt wel iets. Eigenlijk wil ik naar huis gaan. Weet je, je hoort de laatste tijd zulke rare verhalen. Laatst op het nieuws hoorde ik dat een man met corona expres in het gezicht van een agent hoestte. Soms zijn andere mensen zo asociaal. Dus ik zet me schrap om naar huis te gaan. De gedaantes komen dichterbij. En nu pas zie ik het, aan de overkant van het gras loopt mijn beste vriendin samen met haar moeder. Ze laten de hond uit. Kees is zo schattig! Ik kan wel de hele dag met hem knuffelen. Weet je wát ik zo schattig aan Kees vind? Hij heeft een klein kwispelstaartje en een tongetje dat altijd half uit zijn mond steekt. Te lief! Kees is de hond van mijn beste vriendin. Oh, en mijn beste vriendin heet trouwens Lot. Lot en ik noemen elkaar BFF’s, cool hè. Lot en ik hebben op school een ‘meester Patrick-schriftje’, daar schrijven we alles in wat meester Patrick doet. Nu we door corona thuis moeten zitten, heb ik het schriftje in beheer. Ik bewaak het met mijn leven. Ik heb het schriftje supergoed verstopt in mijn kussensloop. De beste plek, denk ik zelf.

Ik ben zo blij dat ik Lot eindelijk weer zie. We videobellen elke dag via WhatsApp, maar elkaar écht zien blijft natuurlijk veel leuker. Ik ben er wel klaar mee om elke keer maar anderhalve meter afstand te houden. Ze zeggen dat dat het nieuwe normaal is. Nou, ik vind het echt niet normaal! Ik mag niet meer met Lot afspreken, ik kan niet meer naar school, ik kan niet naar opa en oma, en in de supermarkt moet ik de hele tijd wachten en omkijken of ik niet tegen iemand anders aan bots. En weet je wat ik nou helemaal balen vind? Dat mijn musicallessen niet doorgaan. We zouden in juni een optreden hebben en ik mocht Annie spelen, de hoofdrol. Mijn moeder zegt dat we anderhalve meter afstand moeten houden, omdat anders andere mensen ziek kunnen worden. Ik vind het nog steeds gek, want ik ben echt niet ziek. Dus hoe kan Lot dan ziek van mij worden? Wist je trouwens dat de Nederlandse vlag, net zoals een piano, anderhalve meter lang is? En ik dus nu natuurlijk ook. Toch leuk om te weten dat ik even lang ben als een piano.

Terwijl ik enthousiast naar Lot ren, schreeuwt er iemand achter mij keihard “Anderhalve meter, Anne!” Ik weiger om te kijken, ik steek immers lekker mijn kop in het zand. In een razend tempo sta ik naast Lot, haar moeder en de ‘oooh zo lieve Kees’. Kees heeft een tennisbal in zijn bek. Ik pak hem af en gooi hem meters ver het gras in. Weer hoor ik iemand schreeuwen, “Anderhalve meter, Anne.” Er staat iemand verderop in het gras. Wie is die gek? Wat doen mensen de laatste tijd raar! Ik knijp mijn ogen een beetje dicht om beter te zien wie daar staat. En dan zie ik het, het is mijn moeder. Ze staat te wuiven en druk gebaren te maken met haar armen. Ik schaam me soms kapot voor haar. Mijn moeder is gek op theater en op grapjes maken, dat is zó niet grappig. Ze blijft maar zwaaien en met haar armen wapperen. Het lijkt wel of ze een soort regendans aan het doen is. Het is ook wel weer een komisch gezicht, die moeder van mij. Dan zegt de moeder van Lot: “Volgens mij moet je even naar haar toe, Anne.” Daar heb ik nou totaal geen zin in, dus loop ik in een slakkentempo naar de overkant van het veld.

“Weet je nog wat de minister heeft gezegd?” vraagt mijn moeder lichtelijk in paniek. En ineens begin het me weer te dagen, het nieuwe ‘normaal’ is anderhalve meter afstand. Hoe kon ik dat nou weer vergeten? Tja, helaas daar kan ik mijn kop niet voor in het zand steken. Ik app Lot dat ik van mijn moeder niet meer naar haar toe mag gaan, dus we spreken af om weer elke dag na schooltijd te videobellen. Ik baal als een stekker, was mijn moeder zelf maar wat chiller en stak ze maar de kop in het zand, dan zag ze me tenminste niet. 😉